- door Henk en Paul - Ondanks een fikse tegenvaller, het afzeggen van de Franse band La Jolie Vilaine, was deze editie van het jaarlijkse Trad.It festival zeer geslaagd. Organisatorisch omdat zo'n 1000 mensen de weg naar de Oosterpoort in Groningen vonden. Artistiek, met mooie concerten van Riccardo Tesi en Värttinä. Het beste concert zat aan het begin van het programma: de Zweedse band Groupa. In de periferie van het festival hebben veel mensen genoten van de puurheid van Ierse Lasairfhíona ní Chonaola en de Groningse rootsy blues van Harry Niehof.Groupa Er zullen niet veel festivalorganisatoren zijn die het aandurven een groep als Groupa op het affiche te zetten. Een band die er (in wisselende samenstellingen) al jaren onder leiding van de klasse-violist Mats Eden in slaagt Zweedse traditionele muziek te moderniseren door elementen uit jazz en minimalistische muziek toe te voegen. In de loop der jaren hebben we al aardig wat Scandinavische top-percussionisten aan het werk gezien. Bijvoorbeeld Sara Puljula (Gjallarhorn), Frederik Gille (Bazar Blå) of Andre Ferrari (Väsen). Maar het percussiespel van Terje Isungset van Groupa (ook Utla) is van een nog hoger, bijna onaards, nivo. Volledig ingebouwd in een zeer uitgebreide percussieopstelling, versterkt door zo'n 8 microfoons, trekt Insungset de aandacht door met minimale hand- en voetbewegingen een heel scala aan percussiegeluiden voort te brengen. Zodanig zelfs, dat het lijkt of de geluidstechniek een handje helpt door wat extra effecten bij te mixen. Deze percussie-wizard speelt op kousenvoeten. Dat zou ook een omschrijving kunnen zijn van zijn speelstijl. Subtiel, sprankelend, terughoudend en toch overrompelend, voortdurend in evenwicht met zijn muzikale partners. Zeldzaam mooi!! De prachtige basis die Insunget met zijn spel legt nodigt de overige leden van Groupa uit om te improviseren. En dan niet met overdaad, maar met wat losse noten die door een ongelooflijke muzikale timing precies op hun plaats vallen, zoals pianist Rickard Åström bij voortduring bewees. Geïmproviseerde muziek met kop en staart. Hoogtepunt van de set van Groupa was een langdurige en uitbundige percussie-solo waarop Åström reageerde met minimalistisch pianowerk. Dat leverde een muziekstuk op van een schoonheid zoals we het in geen jaren meer gehoord hebben. Een concert van Groupa eist veel van de toehoorder en omgeving. Rust en concentratie. Dan is heen en weer geloop, helaas onvermijdelijk op een festival, hinderlijk. Gelukkig bleef die hinder beperkt. Groupa haalde aan het eind van het concert wat druk van de ketel via een vrolijke polka waarin fluitist Jonas Simonson nog even een dansje waagde met twee enthousiaste toehoorders. Alle lof voor een organisatie die een dergelijke groep durft te programmeren. Värttinä Na het indrukwekkend concert op Folkwoods (2003) waren we erg nieuwsgierig naar Värttinä. Deze Finse band leverde vakwerk af maar toch niet van het nivo dat we verwachtten. Een beetje een overgeregisseerde set waarin elk pasje, elke beweging en elke introductie vast ligt. Die geforceerdheid doet de muziek van Värttinä geen goed. En als er dan plotseling een moment van spontaniteit is, in een leuke contrabas-solo van Hannu Rantanen, zie je de verbazing op het gezicht van de 3 zangeressen: "dat was zo niet afgesproken". Natuurlijk beschikt Värttinä over 3 goede zangeressen die vooral door hun perfect getimede samenzang alle aandacht trekken. Maar ze hebben ook een geweldig stel muzikanten om zich heen verzameld die zorgen voor een superstrakke begeleiding. Zij krijgen echter te weinig ruimte. Met een accordeon-virtuoos als Markku Lepistö in de gelederen zou je wensen dat er wat meer ruimte gemaakt zou worden voor wat instrumentale muziek. Ook opmerkelijk was de lauwe reactie van het stevig uitgedunde publiek op deze set. Riccardo Tesi & Banditaliana Dat de plaats die je inneemt tijdens een concert er wel degelijk toe doet, bleek bij Riccardo Tesi en zijn Banditaliana. Een (staan)plaats net naast het mengpaneel is normaal een garantie voor goed geluid, in dit geval niet. Dat zou te maken kunnen hebben met de matige akoestiek van die ruimte, veroorzaakt door een hele hoge middenruimte en een verlaagd achterste gedeelte. Te harde percussie die het geluid van gitaar en diatonische organetto overstemde en een flinke galm. Twintig meter naar voren klonk het allemaal stukken beter. Opvallende rol speelde saxofonist Claudio Carboni. Een argeloze voorbijganger zou vermoeden dat Banditaliana rond hem is geformeerd en niet rond accordeonist Riccardo Tesi. Carboni stuwt het kwartet met zijn fysieke en vaak percussieve speelstijl - zeker op bassax - naar swingende hoogte. Sferisch is hij ook uitstekend. Fraai was het nummer Aulos (van het recenste album Lune) waarin hij gelijktijdig sopraan- en altsax bespeelde. Hij toverde een heel speciaal poyfonisch geluid uit de twee saxen, vergelijkbaar met een Sardijnse Launeddas. Het aan het slot massaal meegezongen Mama gaf hij een op bassax een gigantische groove mee, zoals hij in de toegift Maggio zijn sopraan onweerstaanbaar liet juichen. Natuurlijk was dit concert een mooie gelegenheid voor Tesi om zijn jongste cd Lune aan te prijzen. Zo klonk er naast enkele gedreven instrumentalen (persussionist Ettore Bonafè die bijna alles met blote handen bespeelde sloeg zijn vingers blauw) ook de fraaie titelsong Lune waarin de bewogen zang van Maurizio Geri goed tot zijn recht kwam. Maar de actualiteit verleidde de Italianen gelukkig niet om enkel recent materiaal te spelen. Van alle albums hoorden we nummers, zoals de sterke songs Thapsos van het gelijknamige album, Anita van het eerste album Banditaliana en La Ballata del Carbonaro van het Acqua Foco e Vento. Dit laatste aangrijpende nummer handelt over mijnwerkers die na seizoensarbeid onder erbarmelijke omstandigheden op Sardinië verzwakt en ziek (malaria) terugkeren naar Pistoia, de plaats in de buurt van Florence, waar Tesi opgroeide en nog steeds woont. Jammer genoeg biedt een ingedikte festivalset onvoldoende tijd om zo'n nummer de juiste inleiding mee te geven. Een dag later, bij een volledig en nog magnifieker concert in Tilburg (Paradox), nam Tesi daar wel de tijd voor, wat de beleving van het nummer zeker ten goede kwam. Leuk is het gestuntel in de aankondigingen van Tesi, in zeer beroerd Engels. Hij beschikt gelukkig ook over wat zelfspot: "My Italian gets better every time I'm in Holland". Tesi leek in Groningen desondanks gespannen. Koorts door een griepje, zal zeker een rol gespeeld hebben. Een dag later in Tilburg, kwam hij beter uit de verf.
Avantgarde Jammer was dat Motion Trio tegelijk geprogrammeerd was met Groupa. Het Poolse avantgardistische accordeontrio, had Groupa-liefhebbers ongetwijfeld ook geboeid. Bij het enkele nummer dat we van hen meekregen, ervoeren we dezelfde sfeer als bij de Zweden. Een drone en een percussief element door continue getik tegen een microfoon. Het klonk spannend. Dat belooft wat voor het concert komende zondagmiddag tijdens Route 05 in het Tilburgse 013.
Gronings Vrijwel alle festival-acts tonen hoe traditionele muziek nieuw leven ingeblazen kan worden. Europese folk is de rode draad door de programmering. Singer-songwriter Harry Niehof is de enige met duidelijke links naar Amerikaanse blues en folk. Zijn gitaarspel is daarop gebaseerd met een fingerpicking stijl waarin geregeld de bottleneck wordt gehanteerd. Zijn combinatie van rootsy gitaarspel en Gronings dialect is eigenlijk ook een kwestie van oppoetsen van het Groningse dialect-lied. Het boeit evenzeer als bijvoorbeeld een Gerard van Maasakkers en tegenwoordig ook een JW Roy dat in het Brabants doen. 'Een lieflijk deuntje wordt vaak te fondanterig' zegt Harry Niehof, maar Mijn IJskoninging tilt hij daar ver bovenuit met zijn prangende subtiel tokkelende gitaarspel en pikante rootsy accenten. Niehof zingt alles in het Gronings. Geen dijk van 'n stem, maar wel voldoende om aangenaam naar te luisteren. Het publiek lust er wel pap van. Geregeld wordt gelachen om zijn aankondigingen. Als niet-Groninger ontgaat ons geregeld de pointe, maar het is een overduidelijk succes voor het thuispubliek. Je kunt een speld horen vallen. Ons Gronings is net toereikend genoeg om te begrijpen waar het gros van de teksten over handelen. Zoals bij de meeste singer-songwriters gaat het over de donkerder kanten van het bestaan. Ter geruststelling zegt Niehof: "Ik ben best wel een vrolijke jongen. Het is niet allemáál kommer en kwel. Er zijn ook vrolijker dingen in het leven zoals liefdesverdriet..."
Iers Een van de concerten waar veel volk op afkwam was dat van het Ierse Danú. De grote zaal zat bomvol en reageerde enthousiast. De band raasde als een TGV voort, maar kende ook rustiger momenten waarin zangeres Muireann Nic Amhlaoibh uitblonk. Zij blijkt ook getalenteerd als fluitiste. Hou haar in de gaten. Ondanks dat het bij Danú ontegenzeggelijk gaat om puike instrumentalisten kan hun Ierse idioom van snelle reels en jigs - nu en dan afgewisseld door een ballad - ons geen volledig concert boeien. Dus tot een echt afgewogen oordeel komen we niet. We viel op hoe de groep qua podiumpresentatie is gegroeid sinds hun concert dat we een paar jaar geleden zagen op het International Folk Festival in Tilburg.
Lasairfhiona ní Chonaola zorgde in de kleinere restaurantruimte voor een verstilde Ierse bijdrage. Ze nam een aandachtig luisterend publiek voor zich in. Haar Gaelic songs - soms geschreven door haar pa - klonken breekbaar, naturel, welhaast fluisterend. Vaak a capella, soms klein gehouden begeleid door een jeugdige langharige gitarist, een meiske op fiddle en een jongen op bodhran. Het riep associaties op met het allerprilste pure Clannad. Lasairfhiona's stem is eigenlijk helemaal niet zo bijzonder, maar als ze dan weer eens na een schuchtere aankondiging wars van kapsones zachtjes en lieflijk zingt over een Broken Haert, smelt eenieder voor haar weg...
Er kwam nog meer moois uit Ierland. Zo schonk het festival Kilkenny. Goede zaak. Doch toen de kratten leeg raakten en we ons ver na middernacht in de foyer lieten ondergedompelen in de onweerstaanbaar doorstomende heftige polka-swing van de Duitse pretband Polkaholix, ontging ons spontaan een concert dat gelijktijdig in de kleine zaal plaats had. Het Belgische Camaxe verving daar de verhinderde Franse banmd La Jolie Vilaine. Maar het zou teveel van het goede geweest zijn. Het is ondoenlijk non-stop zes uur lang geconcentreerd naar muziek te luisteren. Misschien is het organisatorisch mogelijk is om wat vroeger te beginnen en zo het programma over een langere periode (eventueel met pauzes) uit te smeren. Een kleine kritische noot bij een vootreffelijk festival!!!
|