- door Henk, foto's Martijn Lieffers - Het programma van deze zesde Folkwoods editie kende veel kwalitatief goede muziek. Hoogtepunten waren wat mij betreft: RoyAkkers, Chumbawamba, Garmarna, Terrafolk, Ambrozijn en de Bluegrass Boogiemen. Maar ook het optreden van Rowwen Hèze beviel mij wel. Van Lirio ving ik net voldoende op om te kunnen vaststellen dat deze Nederlandse groep steeds beter wordt. Zoals ook het Venlose Travak mij blij verraste met hun bal musette. Het Ierse repertoire van het Friese Fling kon mij nooit zo bekoren maar nu, met de expressieve zangeres Annemarie de Bie erbij, klinkt het een stuk aantrekkelijker. Bijna vertederend waren de piepjonge regionale Folkaholics. Zij werden op het hoofdpodium in het diepe gegooid, maar kwamen dankzij hun onbevangenheid en enthousiasme bovendrijven en dat ondanks een voorspelbaar Iers repertoire plus de bij hun prilheid horende foutjes.
Nynke Laverman maakte zondagochtend in alle vroegte maar drie kwartier van de haar toegestane anderhalf uur vol. Ze was al gestopt toen ik nog op mijn fiets op weg naar het festival was. Ik had haar graag gezien. Achteraf hoorde ik dat ze veel indruk had gemaakt. Toen het publiek haar terugriep voor een tweede toegift zou ze schoorvoetend hebben erkend dat ze niet meer repertoire had. Het enthousiaste publiek stortte zich vervolgens op de meegebrachte cd's. Die waren er echter ook te weinig. Zondagavond miste ik een aantal concerten. Ik schreef toen een recensie voor het Eindhovens Dagblad. Een compleet festival in een kort stukkie recenseren leidt tot sterke beperkingen. Hier, op Folkforum, is meer detaillering mogelijk. Ik ben het eens met de meeste kwalificaties die Mirjam Adriaans al in haar dagelijkse recensies en haar nabeschouwing bezigde. Patrick Adriaans behandelt in zijn recensie veel bands waaronder enkele uitvoerig. Om doublures te voorkomen zal ik mij beperken tot enkele zaken die nog niet of nauwelijks aan bod zijn gekomen.
Randverschijnselen In het Eindhovens Dagblad schreef ik ondermeer dat onder de noemer folk veel kan: van ingetogen fraaie Friese fado tot metalfolk. En van traditionele bal musette door Travak tot zinderende moderne Scandinavische trollenfolk van Garmarna. Ik heb het daar niet gehad over enkele curieuze programmaonderdelen. Ik hou ervan als programmeurs de grenzen van de folk aftasten. Naar mijn idee pakte dat vorig jaar matig uit met enkele onbeduidende popachtige bandjes, nu was er maar een in die categorie: Charlee Dée (zie nabeschouwing Mirjam). Deze editie waren er randverschijnselen die toch écht bij de folk horen: de folk metal van Heidevolk en de elektronische doedelzakklanken van Cyberpiper. Beide vormden op hun manier meer een curiositeit. Muzikaal interessant was het nauwelijks, maar het zorgde wel voor leven in de brouwerij. Er werd na afloop volop over gepraat.
Cyberpiper De Luxemburger Cyberpiper was uitgedost als een uit Star Wars weggelopen ‘Nikkelen Nelis De Straatzanger'. Met een stem die vervormd werd tot een robotstemmetje legde hij uit dat hij stond voor een mix van traditionele muziek en ambient grooves. Met behulp van zijn elektronische midi doedelzak en een groove box had het daar wel iets van weg. Er werd zelfs een andro bij gedanst. Maar veel verder dan een poeha-variété-act kwam hij niet.
Heidevolk De snoeiharde folk metal van het Arnhemse Heidevolk bracht Folkwoods tot headbangen. We zeiden toch dat in de folk veel kan... De zes stoere mannen met namen en manen als knoestige Germanen stonden ook zo stoer op het podium. De zang was idem dito, dus zo laag en zo mannelijk mogelijk. Soms hoorden we een grunt. Deze act smaakte het publiek wel. 
Publiek bij Heidevolk
Het werkte ook op de lachspieren, hoewel die soms verstijfden door de snoeiharde gitaarherrie. Wat een sterke gitarist trouwens! Hoe hij heette ben ik vergeten... Was het Bloeddorst, Velleknotser of was het Splintervuischt? Mooi contrast met deze heren vormde de iele gastmuzikante Stephanie op blokfluit en viool. Zij leverde haar akoestische bijdragen in nummers als Gelders Volkslied en Winteroorlog. Want ja, er werd in verstaanbaar Ernems gezongen. 
Heidevolk, foto Martijn Lieffers
Nederlandse kelten Folkwoods toont ook dat er in ons land veel groepen graag keltische folk spelen. Op het affiche staan er drie: Rapalje, Fling en de Folkaholics. Deze muziek is hier al lang populair. Als je keltische folk al vanaf de jaren zeventig volgt, moet het heel bijzonder zijn wil het nog boeien. Knap gespeeld en gearrangeerd zoals bijvoorbeeld door Comás, of zoals vorige week op Dranouter door de huidige topper op dat gebied Lúnasa en de nieuwe band Beoga. Zij zorgen voor een verfrissing die het normaal zo voorgekauwde Ierse maaltje van reels en jigs opeens weer goed verteerbaar maakt. Je kunt bekend repertoire ook acceptabel brengen als er iets extra's gebeurt op het podium. Zeker voor een festival is dat belangrijk. En daar slaagden de drie Nederlandse bands in, ieder op hun eigen manier.
Rapalje Minstens zo robuust als Heidevolk staat Rapalje op het podium. Schotse klanken en natuurlijk stoer getooid in kilts. Doet het goed bij jonge mensen die voor het eerst folk horen. "Kennismakingsfolk" noemde iemand dat treffend. Als je al wat langer in de folk meedraait is het muzikaal jeugdsentiment. Met behulp van gastpiper David Myles uit Schotland klinkt de groep nagenoeg met dezelfde drive als de Tannahill Weavers in de jaren zeventig. Ook het repertoire past daarbij: Are Ye Sleeping Maggy, Johnnie Cope, Dougie MacLeans Caledonia, Easy and Free etc. Het gaat in de eerste plaats om de ambiance. Dat de groep geregeld een steekje laat vallen wordt dan op de koop toe genomen. Maar ho eens even, het zijn geen klungels. Het zijn rasentertainers. Ook muzikaal kunnen ze iets. Op mondharmonica wordt knap het geluid van een concertina nagebootst en de viool wordt een enkele keer als mandoline bespeeld. De stem van accordeonist Maceál heeft soms iets van die van de beroemde Andy M. Stewart van Silly Wizard. Naarmate het concert vordert sluipt er meer humor in. Een cover van de metalband Manowar op fiddle, mandola (?) en bodhran gaat als vanzelfsprekend over in een jig op tin whistle. Op dezelfde manier verandert een dead metal grunt in Drunken Sailor. Gek dat ze die traditional ook niet grunten... Ter illustratie van het niveau van de humor: Zeven dagen lang (Bretonse traditional en Bots) krijgt een aangepaste tekst: ‘Wat zullen we drinken, zeven flessen lang'... . Kortom, ook dit gezelschap valt in de categorie vertier en vermaak.
Piepjonge Folkaholics Uit de buurt van Nuenen - Veldhoven - kwamen de piepjonge Folkaholics. Op een schoolfeestje van de middelbare school ontstaan, zijn ze nu een paar jaar verder. Begin twintig. Een kleine vier maanden geleden op het Splinter Festival in Middelbeers bakten ze er niet veel van. En nu op het hoofdpodium van Folkwoods! De organisatie nam een grote gok door ze zo in het diepe te gooien. Maar met behulp van een fikse schare fans sloegen ze zich er knap doorheen. Zij bouwden samen een Iers feestje. Hun kracht ligt in de eenvoud, spontaniteit en onbevangenheid. Ongecompliceerd geeft Joris Barnier het ritme stevig aan op de dikke trom. Gitaar, bas, banjo, mondharmonica, mandoline, tin whistle, sax of banjo vallen in. Het ene moment klinkt het stampend, dan weer relaxed deinend. Pim van Bussel zingt verdienstelijk de ene traditional na de andere. Follow me up to Carlow, Lord of the dance, Whiskey in the jar, Stepping out Mary, Wild Rover. Maar ze maken ook een stap verder met Drunken lullabies en Ja dat komt ervan van Flogging Molly/Pater Moeskroen. Er volgt zelfs een walsend eigen nummer I am who I am . Halverwege zakt het even in. De zanger wordt moe. Maar dan pikken ze draad weer op. Alles wordt naar het Iers idioom vertaald. Ook covers als Thank God I'm a Countryman (John Denver), Zeven Dagen Lang (Bots), Twee emmertjes water halen (à la De Veulpoepers), en godbeter 't Delilah van Tom Jones. Gekker kun je het niet maken. Toch leuk. Zangeres Veel verder is het Friese Fling. Dat kwam sterk voor de dag met in haar midden de extroverte zangeres Annemarie de Bie, die ook op bodhran overweg kan en verrassend genoeg ook op houten dwarsfluit (Kilfenora jig). Deze getalenteerde dynamische zangeres die mij absoluut overtuigde met haar sterke zang zoals in Alison Cross, woonde en speelde enkele jaren in Ierland en Wales. Hou haar in de gaten. Ze staat ook wel eens als Celtann op het podium en met de Zwitserse band Kesh. Zij heeft een podiumprésence om u tegen te zeggen. In datzelfde Alison Cross klonk spannend samenspel van uillean piper Evertjan 't Hart, dit keer op d-flute, en violist Peter Zijlstra. Peter Rechsteiner zorgde voor een lekkere drive op zijn gitaar.
Recensie Eindhovens Dagblad En dan voor de volledigheid de recensie in het Eindhovens Dagblad. Onder de kop: Van bal tot zinderende trollenfolk luidt de complete tekst:
...Biersmijten kleeft aan Rowwen Hèze. Op Folkwoods niet, doorweekt raakte je echter toch door de enige stortbui van de zondagmiddag. Vijfduizend bezoekers beleefden een verrassend zonnig en artistiek hoogstaand festival. Rowwen Hèze past op een folkfestival. Niet vanwege de aanstekelijke mix van tex-mex en feestmuziek, maar meer door de oprechte ballads van zanger Jack Poels, de fanfare-link én het briljante accordeonspel van Tren van Enckevort. Welke folkband zou deze virtuoze en energieke Nederlandse Flaco Jimenez niet in zijn armen willen sluiten?... Het Sloveense Terrafolk zette zowel subtiel als wervelend Folkwoods op z'n kop met een akoestische mix van gipsy, klezmer, balkan, klassiek en humor. Het stomende Hongaars/Duitse Transsylvanians deed dat nog eens dunnetjes over. De jonge Veldhovense Folkaholics werden op het hoofdpodium in het diepe gegooid. Toch kwam het tot een Iers feestje. Vlaanderen was sterk vertegenwoordigd met zonnige poëtische liedjes van Bart Peeters, inventieve folkrock van Kadril, knap gearrangeerde songs en dansjes van Ambrozijn en groovy dansmuziek van Anveld. Vlaamse klasse sluipt ook steeds meer in de dansbare muziek van het jonge Nederlandse Lirio. Naast Garmarna en Terrafolk waren er nog een paar hoogtepunten. De punkers van Chumbawamba verpakten bijtende anarchistische teksten in poeslieve liedjes, geheel naar Britse traditie akoestisch en vaak é capella gebracht. In een akoestische setting rond één antieke microfoon gingen de Bluegrass Boogiemen tot op het bot met hun snijdende vierstemmige zang. Helemaal tot aan het merg raakte het scherpe spel op elektrische gitaar van Eindhovenaar Eric van Dijsseldonck in RoyAkkers. Met zijn hulp groeide Cis Verdonk in een duet van Gerard van Maasakkers & JW Roy uit tot een nooit eerder gehoorde regelrechte rootsrocker. Nuenense Cis zal zich wellicht bij deze moderne aanpak iets verderop hebben omgedraaid in haar graf. Maar wat een bezieling. Reprises waren er iets teveel; 9 van de 31 acts stonden eerder op Folkwoods. Folkbal is populair, maar ongebreideld gedans ging soms ten koste van luistergenot. Maar de sfeer bleef optimaal. Waar vind je nog nachtelijke spontane sessies, waarin dansers en muzikanten elkaar vinden?... PS: Waar het gaat over ‘vierstemmige' zang bij de Bluegrass Boogiemen bedoel ik natuurlijk ‘meerstemmige'zang. Drie van de vier zongen...
|