|
FF-RECENSIE TRAD.IT!: folkfestival met lage drempel Gronings festival artistiek hoogstaand - door Assie Aukes - Het zou mij niet verbazen dat aan het eind van dit jaar deze tweede editie van het Trad.it!-festival in 'De Oosterpoort' te Groningen als artistiek meest geslaagde festival van het jaar uit de bus zou komen. Trad.it! is een folkfestival zoals ik ze graag zie, met aandacht aan muziek uit alle streken van Europa. Trad.it! bewees zaterdagavond dat de folk in Europa springlevend is. Geen platgetreden paden die we al jaren kennen, maar veelal groepen die een frisse wind door hun culturele erfgoed laten gaan.
Er waren opvallend veel jonge artiesten in De Oosterpoort te beluisteren. De gemiddelde leeftijd van de leden van The Warsaw Village Band, Dr. Faustus, Uiscedwr en eigenlijk ook Cara Dillon bedraagt volgens mij nog geen 25 jaar. Helaas houdt het publiek in Nederland hiermee geen gelijke tred en daarop was Trad.it! geen uitzondering. Jammer is het toch dat we niet meer jonge mensen kunnen enthousiasmeren voor deze prachtige muziek. De bezoekersaantallen waren nagenoeg gelijk aan die van vorig jaar, een lichte teleurstelling voor de organisatie onder leiding van Geert Oude Weernink (onlangs vader geworden van een kerngezonde zoon). De publiciteit was dit jaar fors uitgebreid, maar wellicht is Groningen, ruim 200 km van Utrecht, voor vele folkliefhebbers in den lande iets te ver buiten de deur. Gelukkig was De Oosterpoort met ruim 800 bezoekers behoorlijk gevuld, wat de sfeer, die het gebouw op zijn zachtst gezegd niet van nature heeft, sterk bevorderde. Ook dit jaar hadden de thuisblijvers ongelijk. Geert Oude Weernink wist andermaal een zeer boeiend programma samen te stellen. Middeleeuwse uitstraling Malbrook onder leiding van de charismatische Wolfgang Meyering mocht het spits afbijten in de kleine zaal. De verwachtingen waren hooggespannen na het verschijnen van de gelijknamige cd, Malbrook wist deze verwachtingen niet helemaal in te lossen. De groep was in het begin van het concert nogal zoekende naar een juiste balans, en ook de geluidskwaliteit werkte in het begin niet echt mee. Helaas was de aangekondigde zangeres Kerstin Blodig, die een belangrijke rol op het album speelt, niet aanwezig. Gaandeweg werd het concert beter, mede door de humoristische, Nederlandstalige, aankondigingen van Meyering die voor de nodige hilariteit onder het publiek zorgde. Malbrook bracht voornamelijk materiaal van het gelijknamige album met als hoogtepunten Dat mest en Hanne. Door gebruik van doedelzak, draailier en veel percussie kreeg de muziek bij tijd en wijle een middeleeuwse uitstraling waarbij een vergelijking met de Duitse topgroep uit de jaren 70 Ougenweide op zijn plaats is. Gelijktijdig met Malbrook liep in de foyer het concert van Nadara uit Roemenië. Helaas heb ik hier te weinig van gehoord om een oordeel te kunnen geven. Wel ontwaarde ik tussen de muzikanten accordeonist Alexandra Beaujard die vorig jaar nog met Croque Mule op het folkfestival in Zwolle speelde. Gemengde gevoelens Cara Dillon riep gemengde gevoelens op. Een deel van het publiek kon haar 'main-stream folk-pop' wel waarderen, een andere deel liep hollend weg. Op haar eerste solo-album begon het kind-stemmetje, die ik op het live-album van Óige nog aandoendelijk vond, mij na een paar nummers mateloos te irriteren. Reden om haar tweede album maar niet te kopen. Eerlijk gezegd vond ik het concert erg meevallen, hoewel op sommige momenten wel erg gelikt met veel rook en echo. Het geluid was echter kristalhelder, Cara had zich omringd door een aantal competente muzikanten en haar stem klonk volwassener dan ik gewend was. Een aantal bekende traditionals kwamen voorbij (Black is the colour, She's like a swallow), maar door nieuwe arrangementen klonken deze nummers behoorlijk fris. Een rustpunt in het concert was het intermezzo van Cara met toetsenist Sam Lakeman. Samen brachten ze o.a. een mooie versie van 'There were roses' geschreven door Tommy Sands. Ook het traditionele 'The winding river roe' mocht er wezen, al werd in dat nummer de echo-knop wel erg ver open gezet. Cara Dillon heeft met dit concert bewezen dat er voor haar ongetwijfeld een plaats is in de Ierse muziek. Of die toekomst in de folk of in de pop zal liggen, zal de toekomst leren. Na Cara Dillon nog snel een staartje van het concert van de jonge Welshe band Uiscedwr meepikken in het restaurant. Daar was echter geen doorkomen aan, zodat we alleen vanaf de ingang even een blik konden werpen. De traditionele muziek van de groep werd op zeer vakkundige wijze gemixt met een vleugje zigeuner-swing, wat de muziek erg levendig maakte. Jammer dat ook deze groep zo weinig liederen brengt. Dat violiste Anna Esslemont ook uitstekend kan zingen, bewijst ze wel op het debuut-album van de band. Een groep om in de gaten te houden. Keuzes Trad.it! vraagt elk uur om keuzes te maken. Om 10 uur moest er gekozen worden tussen de nieuwe Engelse belofte Dr. Faustus en de nieuwe, energieke Franse band Le Diabl' dans la Fouche. De keuze viel op de laatste en daar heb ik geen spijt van gekregen. Deze groep uit Normandië, met o.a. oud-leden van Mes Souliers sont Rouges (de groep die vorig jaar Dranouter op de kop wist te zetten) weet op perfecte wijze de muziek uit Quebec voor het voetlicht te brengen. Met het onnavolgbare voetenwerk van violist/mandolinespeler Mano als ritmische basis klonk de muziek van deze band als een klok. Minder spectaculair misschien dan 'La Bottine Souriante',maar zeker de moeite waard. Dr. Faustus schoot er door het aanstekelijke optreden van Le Diabl'dans la Fouche bijna bij in. Onmiskenbaar Engels, deze groep met als bekendste namen trekharmonicaspeler Tim van Eyken en gitarist Benji Kirkpatrick. Beide heren hebben al een reputatie in de Britse Folkscene. De ongewone combinatie van concertina, trekharmonica en hobo maakt de muziek van deze groep zeer speciaal. Vocaal schijnt de groep ook erg goed te zijn, maar dat heb ik gemist. Four Men & a Dog had ik niet meer gehoord sinds de debuut-cd 'Barking Mad' uit 1991. Qua aanpak is de groep in de loop der jaren echter weinig veranderd. Jigs en reels uit Ierland en liederen van singer/songwriters uit Amerika vormen nog steeds de rode draad in het repertoire. Bodhran-speler Gino Lupari is nog steeds de blikvanger van de band, al heb ik hem wel een subtieler horen spelen. Een groot deel van het concert werd er trouwens op 'full speed' gespeeld, wat het optreden een wat rommelig karakter gaf. Het was dan ook een verademing toen een groot deel van de groep het podium verliet en trekharmonica-speler Donal Murphy en zanger-gitarist Kevin Doherty het rustige 'Bring it tonight' inzetten. Een goede groep waarin niet veel vernieuwing meer te verwachten valt, lijkt mij. Hoogtepunten Een totaal andere sfeer heerste er gelijktijdig bij het concert van het Noorse duo Jon Anders Halvorsen & Tore Bruvoll. Hier zat het publiek op het puntje van de stoel ademloos te luisteren naar misschien de mooiste stem die er op Trad.it! te beluisteren viel. Ondersteund door gitarist Tore Bruvoll die de prachtigste klanken uit zijn gitaar wist te toveren, zong Jon Anders Halvoren met een loepzuivere stem de liederen die hij verzamelde in de streek waarin hij opgroeide, de zuidelijke Noorse provincie Telemarken. Een van de hoogtepunten van het festival! Een ander hoogtepunt viel pas op het einde van de avond. Helaas was een groot deel van het publiek al vertrokken toen de Poolse Warsaw Village Band aantrad in de kleine zaal. De groep verzamelt zelf haar repertoire bij de oudere bevolking op het Poolse platteland, maar speelt de liederen op volstrekt eigen wijze die soms refereert aan de muziek van groepen als Hedningarna en, in mindere mate, Värtinnä. De energieke benadering van de muziek, de punkmatige benadering van het repertoire geeft de groep een volstrekt eigen geluid. De strijkers, twee violen en een cello en de driestemmige zang geeft de muziek een drive die niemand onberoerd laat. Een groot feest werd het nog net niet in Groningen, maar wellicht kan deze groep daar in augustus voor zorgen op Folkwoods. In de wandelgangen Het leuke aan folkfestivals is het feit dat artiesten zo gemakkelijk te benaderen zijn. De drempels zijn wat dat betreft laag. In Groningen waren ze extra laag doordat de artiesten, door het ontbreken van een cd-stand, hun eigen cd's moesten verkopen. Dat moet eigenlijk elk festival doen, want zo krijg je als publiek de kans om met die artiesten in contact te komen.Zo vertelde Cara Dillon me o.a. dat haar zus Mary, haar grote inspiratiebron en in de beginjaren 90 zangeres van de Ierse groep Deante, weer is gaan zingen nu de kinderen wat groter zijn. Een nieuwtje waar veel Ierse muziekliefhebbers verguld mee zullen zijn. Van haar toch haar laatste cd gekocht en ja wel hoor, het stemmetje is er nog in volle glorie… Met Wolfgang Meyering van Malbrook was het helemaal gemakkelijk praten, want hij spreek zeer goed Nederlands. In de wandelgangen hoorde ik van Jaap Kraayenhof enthousiaste verhalen over de nieuwste projecten van zijn broer Carel, Ivan Pel van De Harmonie in Leeuwarden lichtte een tip van de sluier op wat betreft het programma van de Celtic Night aldaar. Zo worden o.a. de Spaanse groep Berroquetto uit Gallicië en Niamf Parsons uit Ierland verwacht. Linde Nijland had de afgelopen maand een aantal geslaagde optredens gedaan met het 'Sandy Denny-project' en moest vroeg vertrekken vanwege een optreden met Ygdrassil op het Triskell-festival in Merkelbeek. Henk 'Törf' Scholte introduceerde mij bij Yvon Bandulet van Choice Music, een kleine productiemaatschappij uit het Gronigse Grijpskerk die werkelijk schitterend uitgevoerde cd's van Zuidoost-Europese artiesten uitgeeft. Een lust voor oor en oog! Met een respectabele stapel cd's verliet ik rond twee uur met een zeer voldaan gevoel De Oosterpoort.
|