|
NABESCHOUWING Magere opkomst voor breed programma Daradune grote verrassing - door Henk en Paul - De tweede editie van het Triskell Midwinter Folkfestival in het Limburgse Merkelbeek presenteerde afgelopen zondag een breed programma waarin zes groepen evenveel verschillende stromingen binnen de folk vertegenwoordigden. Waar de zomeredities van het Triskell Festival een sfeervolle entourage kennen in een grote tuin, moeten de winteredities het doen met het plaatselijke gemeenschapshuis De Henkhof. Goed voor toep- of rikconcours maar voor een folkfestival kent dat gebouw jammer genoeg kraak noch smaak.
Voor Folkforum.nl ben ik (Henk) samen met Paul naar Zuid-Limburg getogen. Voor de festivalopener, de keltische klanken van Tom Togher & Kieran Fahy waren we te laat. De rest van het programma hebben we onder elkaar verdeeld. Ik bespreek Wouter Vandenabeele & Issa Sow, Ygdrassil en Robb Johnson. Paul recenseert Daraduna en Din Delon. De publieke opkomst was matig. Voor een dergelijk programma hadden we toch wat meer verwacht dan tussen de 150 en 200 bezoekers. Afgelopen vrijdagavond waren we bij een concert van Wouter Vandenabeele & Issa Sow in De Centrale in Gent en daar alleen al waren zo'n honderd man meer op afgekomen. De toegangsprijs lag in Gent weliswaar absurd laag (€ 2) maar bij Triskell was die toch ook niet al te gek met €10. Nog zo'n in het oog springend en zorgwekkend verschil met Gent is dat de gemiddelde leeftijd van de bezoekers in Merkelbeek zo'n twintig jaar hoger dan die van de bezoekers in Gent. Altijd plezierig is te zien met welke inzet van vrijwilligers het Triskell festival tot stand komt. Frustrerend moet het daarom zijn dat de kwaliteit van het geluid vaak problemen oproept. Dat is iets waar de organisatie bij de volgende edities méér aandacht aan zou moeten besteden. Wouter Vandenabeele & Issa Sow Henk: Wouter Vandenabeele & Issa Sow brachten samen met percussionist N`Dya Rose (de in het Belgische Geel wonende telg uit een beroemd Senegalese percussie-geslacht) en zanger Fadel traditionele Peul-muziek uit Senegal. Songs en instrumentalen die hun inspiratie over het algemeen in de natuur vinden. Ze gaan over de regentijd, het vee, een huwelijksfeest, de zon, emigratie, etc. De meeste nummers worden ingezet met een solo op de peulviool, waarna de rest invalt. Wie verwacht had dat de muziek door de aanwezigheid van de Ambrozijnviolist Vlaams zou zijn ingekleurd, kwam bedrogen uit. Nee, het was een zuiver traditioneel Afrikaans swingend en soms ook hypnotiserend trance-sfeertje. Waar hij de ruimte kreeg improviseerde Vandenabeele er met zijn viool knap op los, maar over het algemeen volgde hij zijn grijzende Senagelese (van Mauretanische afkomst) leermeester Issa Sow, die overigens sinds drie jaar in Brussel woont. Voor Vandenabeele geen eenvoudige klus. Het vereist een constant scherp luisteren naar zijn voorbeeld, iets wat Vandenabeele als ras-(sessie)muzikant sowieso moet beheersen. Hij slaagt erin de soms wat scherpe peul-viool-klank met meer warmte te omkleden. Zo'n peulviool lijkt op 't eerste gezicht een eenvoudig instrument. Strijkstok en slechts één snaar. Maar als je hoort wat Sow eruit haalt, piep je wel anders. Hij haalt twee octaven, door een ingewikkelde techniek van hard of zacht indrukken van die snaar. Ook de verschillende wijzen van strijken zorgden voor variatie in klankkleur. Het gezelschap stond in fraaie klederdracht op het podium. Sow en Vandenabeele waren getooid in lange stemmige gewaden. Wouter: "Normaal geef ik niet zo om klederdracht, maar dit was heel speciaal. Je moet Issa en mij toch zien als leraar en leerling. De klederdracht was Issa's wens en wie ben ik dan om daar niet aan te voldoen..." Wouter Vandenabeele stond na afloop stralend een zojuist ontvangen presentje door te neuzen. Het was een fraai Maastrichts Speelmansboek, vol met in noten uitgeschreven traditioneel materiaal. Vrijdagavond hadden we hem mét Issa Sow ook al aan het werk gezien in De Centrale in Gent. Wouter: "Ik vond het hier veel beter gaan dan in Gent". Toen wij ertegenin brachten dat we de kora-speler die in Gent meespeelde - en waarmee Wouter een prachtig vraag-antwoord-nummer speelde - hadden gemist, zei hij dat de kora-sound het concert in Gent mogelijk wat toegankelijker had gemaakt. "Maar ja, de kora-speler moest gisteren alweer met het vliegtuig terug naar Senegal". Ygdrassil Henk: Bij de soundcheck van Ygdrassil waarbij zich wat probleempjes voordeden, overwogen Linde Nijland en Annemarieke Coenders zonder geluidsversterking te spelen. Maar het lage plafond zou het geluid teveel dempen en het aantal luisteraars was met zo'n kleine honderd net iets te hoog. "En toch is zonder installatie optreden het liefste wat ik doe...", verzuchtte Linde. Het concert was zoals we dat van Ygdrassil kennen van een wonderschone ingetogenheid, met ook hier en daar een uithaal zoals een gekweld uitgeschreeuwd 'We are broken' in het afsluitende nummer. Twee prachtig harmoniërende stemmen onder begeleiding van een beurtelings bespeelde akoestische gitaar. Of a capella (This here is my mountain, oftewel aats, aats, aats). Linde helder en breekbaar, Annemarieke met sterke lage vocale regionen. Linde ingetogen, Annemarieke expressief. Als je in ruim tien jaar tijd een uitgebreid oeuvre opbouwt is het lastig om een speellijst van slechts dertien nummers samen te stellen, maar ze kwamen toch weer met een boeiende set. Het Bulgaarse a capella nummer Nazad was een aantal jaren geleden het openingsnummer en ditmaal opnieuw. We hoorden zeven nummers van het recentste (4de) album Nice Days Under Darkest Skies zoals de kippevel-nummers 'One morning in springtime' (ondanks knallende geluidsinstallatie) en het hoogtepunt van 't concert 'The slain man's door'. Maar ook dynamischer songs van Nice Days... als het titelnummer en It takes a lot to laugh, It takes a train to cry (Bob Dylan) konden op veel bijval rekenen. Ook eerder materiaal kwam aan bod. Zo hoorden we Oh such an evening en This Waiting van de derde CD 'We visit many places' en speelden ze twee nummers van het allereerste album 'Ygdrassil' uit '95, dat onlangs opnieuw is uitgegeven: Water en Winter Lady. Linde bij de aankondiging van Winter Lady van Leonard Cohen: "We zijn opgegroeid bij vaders en moeders die nogal wat muziek draaiden. Vanuit die tijd stammen sommige nummers die we nu nog spelen". "Vroeger", zo vertelde vader Freek Nijland in de wandelgangen, "schaarden we ons met het hele gezin élke zondagochtend rond de pick-up en draaiden dan singletjes uit mijn collectie, en meezingen...". Uit Linde's Sandy Denny Project weten we dat in vaders collectie ook nogal wat Fairport-materiaal zat, maar pa hield vooral van symphonische rock van groepen als Camel. Hij vindt het prachtig dat zijn dochter daar nu nog om geeft. "Wij zijn nog eens samen naar een reünie-concert van Camel geweest", zegt hij glunderend. Ygdrassil denkt alweer over een vijfde album. Dat zal op zijn vroegst eind dit jaar te verwachten zijn, maar misschien wordt het ook wel 2005. Daraduna Paul: De grootste verrassing van het festival was de groep Daraduna. Aangekondigd met Breton Gwenaël Micault op accordeon. Die bleek niet beschikbaar omdat hij zich niet kon vrijmaken uit een verlengde toernee van Renaud in Frankrijk. Zijn vervanger was Ivica Vucelja. Met violist Bert van Laethem kennen wij hem als het duo Mallou. Tijdens een toernee in Hongarije kwam het duo in contact met zangeres Bea Pálaya en zo werd Daraduna geboren. Wat een geweldige zangeres is die Bea Pálaya. Dat bleek vooral in een a-capella gezongen Perzisch liefdeslied. Gezongen met veel expressie maar tegelijk ook met een fantastische beheersing. Mooiste nummer van de dag. Daarbij een zeer innemende podiumpersoonlijkheid. Instrumentaal klonk Daraduna zeer gevarieerd. Violist Bert van Laethem is klassiek geschoold. Dat was te horen ook, maar die technische perfectie wordt gekoppeld aan gevoel. Dat leverde warmbloedige duetten op met accordeonist Vucelja. In het Bulgaarse, O Lazare(?), wordt beurtelings door accordeon en viool gas terug genomen om uiteindelijk in uitbundig samenspel te besluiten. Geen moment van verveling door de tussenmelodieën die stijlvol in dit stuk geweven worden. Daraduna beperkt zich niet tot de Balkan. Naast het al genoemde Perzisch lied hoorde we een prachtige Armeense instrumentaal. En zangeres Bea Pálya gaat haar grenzen nog verder verleggen. Momenteel studeert ze Indiase muziek in Parijs. Tsja, en dan het geluid. Zoveel amateurisme ben ik nog zelden tegengekomen. Een hinderlijke zoemtoon begeleidde het volledige concert van Daraduna. Eén van de "technici" kwam even luisteren, haalde zijn schouders op en vertrok weer. Robb Johnson Henk: De Britse singer-songwriter Robb Johnson was lekker op dreef. Goede gitarist, pittige teksten, vermakelijk performer, dynamische uitstraling, krachtige stem, humoristisch en cynisch. Johnson heeft een breed repertoire met vaak geëngageerde teksten, maar ook met nu en dan een naar de ziel grijpend liefdeslied. Toch is Johnson nog het meest een politiek dier. Natuurlijk greep hij de terroristische aanslag in Madrid aan, om zijn gal te spuwen over Bush en consorten. 'Blij dat ze vorig jaar het terrorisme hebben uitgeroeid...' Blair moest maar snel 'zijn kop uit de kont van Bush halen'. Hij stelde voor dat de heren beter met elkaar een onschuldig potje konden gaan schaken, maar ja 'zou dat niet te moeilijk zijn voor Bush?'. Het kon nóg cynischer met het advies: take the train to Madrid... In zijn rockende aanpak met een raggende gitaar doet hij soms denken aan Billy Bragg, zeker als de tekst politiek geladen is zoals in: 'On the day we all said: Stop the War'. Toch hoorde ik hem liever tokkelend op zijn gitaar in rustiger nummers als Breakfast in Kemnitz over de oersaaie DDR, of 'My mother told me how to wals'. Hij speelde een kakelvers nummer, dat hij diezelfde ochtend nog schreef. Onlangs bleef bij een concert dat hij gaf de bar dicht ter nagedachtenis aan een cafémedewerker die plots was omgekomen. Dat bracht Johnson tot een song My Last Will, waarin hij suggesties doet wat te doen als hij komt te overlijden. Wat je ook doet: Don't close the bar... Een paar geleden stond Johnson ook op het podium van Triskell. Toen was hij er niet af te slaan. Nu beperkte hij zich tot veertien nummers. Een sterk en onderhoudend concert! Din Delon Paul: Bij afsluiter Din Delon (Italië) ging het wat de geluidskwaliteit betreft van kwaad naar erger. Die groep werkt met zendertjes op het podium en daar wisten de geluidsmensen totaal geen raad mee. Zeer schelle vocalen, een draailier die in de hoge tonen klonk als een biniou en verdwaald saxofoongeluid waren het gevolg. Door dat beroerde geluid ontstond er onzekerheid op het podium en onrust in de zaal. Veel mensen hielden het tijdens het concert voor gezien en ook wij hebben niet het volledige optreden uitgezeten. Ook moeilijk om, gezien de omstandigheden, een oordeel over Din Delon te geven. Vocaal hebben die wel het een en ander in huis, maar de sopraan-sax, paste niet in het groepsgeluid. Die saxofoon moet de traditionele Noord-Italiaanse muziek (Piemonte) een moderne lift geven maar saxofonist Lorenzo Colombo viel in zijn solo-stukken slechts op door een gebrekkige timing. Aanmerkelijk beter klonk hij als begeleider op de bas-saxofoon.
|