|
Zwolle was een festival vol prettige tegenstellingen Het folkfestival in Zwolle ligt alweer een kleine drie maanden achter ons. Organisator Assie Aukus is volop aan het knutselen aan het programma voor volgend jaar. Dougie McLean komt en ook Deux Accords Diront staan op de nominatie. Dit weekeinde kregen wij alsnog de beschikking over de recensie die Dick Laning in februari schreef voor de Zwolsche Courant. Beter laat dan nooit. En voor de volledigheid - maar ook vanwege de kwaliteit van deze recensie - voegen we hem toe aan onze special die we destijds over dit festival maakten.
Zwolse Courant 17 februari 2003 Dick Laning Als de gekte een hoogtepunt bereikt is het een uur of halfeen 's nachts. Als was hij een gitaarheld, legt de contrabassist zijn zware instrument in de nek, zijn gepluk laat de vloer trillen, het Hongaarse neefje van wijlen Pim Fortuyn beroert als een bezetene zijn viool, de drummer laat - in korte broek - zijn klappen in een moordend ritme vallen, twee bevallige meisjes zetten een messcherpe keel op en de broers Decancq maken de dansvloer onveilig. De laatste twee zijn van de band Follia!, de rest van de Transsylvanians. De setlist vermeldt op dat moment een csárdás, traditionele (dans)muziek dus. En het begon nog wel zo rustig, het Folkfestival van Zwolle. Of beter gezegd: stijfjes. Op het grootste podium beet de Ierse band Calico het spits af, maar van bijten was geen sprake. Keurig op rij en en aan stoelen genageld speelde het vijftal ballads en de niet te vermijden jigs & reels, met een zangeres die -hoe verzin je het - Deirdre heet. Dit negende festival was er een van grote contrasten. Prettige tegenstellingen, dat wel. Het leek of programmeur Assie Aukes alle te onderscheiden categorien (folk)liefhebbers een eigen route wilde bieden. Zo is er uiteraard de nog altijd grote groep die folkmuziek synoniem verklaart aan keltische muziek, dat je weg moet spoelen met forse glazen donker Iers bier. Opvallend genoeg kwam die groep er een beetje bekaaid van af. Waar een eerdere editie omwille van de aanloop nog wel eens sterk keltisch gekruid was, moest de schare het deze keer doen met Calico, Celtish en in mindere mate Shantalla. Al zullen de meeste van hen zich -zeker na wat liters van dat bittere vocht - ook hebben vermaakt bij het Engelse Shave the Monkey. Dan heb je de categorie luisteraars. Een dankbare club, die bij voorkeur zit, glaasje wijn, ogen half gesloten. Voor hen was er met name John Tams, die weliswaar als een dooie pier op het podium zat, maar prachtige liedjes zong. Maar de mooie bonbonnière van de Zwolse schouwburg is geen folkpodium: zijn warme stem en droogkloterige humor kwamen bij de helft van het publiek niet over. Nee, dan Pete Morton. Deze Brit had het voordeel van de manegezaal én van zijn sterke persoonlijkheid. Hij zorgde - ook vooral voor de categorie luisteraars - voor het politieke engagement (de opbrengst van zijn splinternieuwe single Two Brothers komt ten goede aan Palestijnse kinderen) en zijn ballads klonken magistraal. De rokers zullen we maar niet als aparte 'stroming' benoemen, al hadden ze wel keurig een eigen podium met het Frans/Italiaanse Croque Mule en de Nederlandse inbreng op het festival, Kalio Gayo, het gezelschap dat deels in het zelf verzonnen Blabberatsch zong. De avonturiers op het drukbezochte festival hadden evenmin te klagen. Al meerdere keren is bewezen dat de Belgische folkscene bloeit zoals die in ons land waarschijnlijk nooit zal bloeien. Wat hebben we al een hoop van het Vlaamse goed kunnen snoepen op het Zwolse podium: Kadril, Laïs, Troisoeur, Ambrozijn, noem maar op. En nu is er opeens Follia!, dat zoiets als krankzinnigheid schijnt te betekenen. Een inventieve band, die met stijlen strooit alsof het niks is en minneliederen van eeuwen her moeiteloos naar deze tijd tilt. Wat een verschil met de -eveneens jonge - leden van Calico die gelijkertijd in een andere zaal speelden, en niets verrassends lieten horen. Het zal er ook mee te maken hebben dat de Ierse traditie uitgemolken is, waar de Vlaamse nog volop verkend kan worden. En dan natuurlijk die stapelgekke Transsylvanians, die het festival een uitsmijter gaven die het in jaren niet heeft gehad.
|