- door Henk, foto's Martijn Lieffers- De zondag stond wat mij betreft in het teken van Christy Moore. Maar het wachten op deze Ierse grootheid (ik schreef over zijn gedenkwaardig concert al zondagavond) werd veraangenaamd door een aantal verrassingen. Zo was er de verfijning van de Cracow Klezmer Band, de boeiende cross-over van de Canadese zangeres Lhasa, het verfrissend Ierse bandje Beoga en de inventiviteit van het Bretonse Skolvan. Samen met het concert van Christy Moore geen slechte score op één dag.
Marianne Faithfull Ik maak dus maar niet al teveel woorden vuil aan de aanstellerij van Marianne Faithfull. In haar aanpak verwordt elke goede rocksong tot een smartlap. Ze moet het nog enkel hebben van haar maniertjes: sigaret, zonnebril, uitdagende houding, slepende doorleefde zang en quasi aangeschoten. Kortom: vergane glorie. Het beste wat ze deed was haar verwaand wuivende aftocht onder het aanzwellend geluid van haar band. Ongetwijfeld schreef de autocue, waar vanaf ze haar teksten spiekte, de laatste woorden voor: Thaank you, thaank you... Cracow Klezmer Band Op mijn tocht vanaf de zonnige heuvel tegenover het festivalterrein kwam de intense sound van de Cracow Klezmer Band mij al tegemoet. De laatste tien minuten maakte ik in de buurt van het podium mee. Wat een muzikaliteit! Wat een verfijnde aanpak! De jonge accordeonist Jaroslaw Bester transformeert - ondersteund door contrabas (fenomenaal), fiddle en percussie - klezmer tot een spannende avantgardistische maar ook warme toegankelijke sound. De Poolse muze kent naast de Warsaw Village Band dus nog meer schone dochters die absoluut niet in de traditie blijven steken. 
Crakow Klezmer Band
Beoga Nog zo'n prettige verrassing was de Ierse band Beoga. De vier muzikanten waren voor deze gelegenheid aangevuld met een gastzangers/violiste. Het kwartet speelt in een ongewone samenstelling. Toetsenist, bodhranspeler en twee diatonische accordeons. Eamon Murray, tot wereldkampioen op zijn instrument uitgeroepen, toverde uit zijn bodhran de meest ingewikkelde patronen, waar overheen de twee stoïcijnse accordeonisten - vaak ongelooflijk synchroon - hun soms razendsnel gespeelde melodieën legden. De pianist ondersteunde met honkytonk spel uit de Schotse en Noord-Ierse folk, maar ook met jazzy en poppy akkoorden. Dit leidde tot een verfrissing die het normaal zo voorgekauwde Ierse maaltje van reels en jigs opeens weer goed verteerbaar maakte. Bovendien werd deze levendige (Beoga = levendig in gaelic) sound enkele keren uitstekend onderbroken door gastzangeres Niamh Dunne. Dit begenadigd jong talent , dat in de lage regionen iets weg heeft van de vroege Joni Mitchell, maakt normaal deel uit van de jeugdige Ierse band Misé die ook op Dranouter stond. Haar vioolspel had minder om het lijf dan haar zang. 
Lhasa
Lhasa Vanuit de coulissen kon ik een deel van het concert van Lhasa (De Sela) volgen. Deze Franstalige Canadese met een Mexicaanse vader en Amerikaanse moeder zingt met een donkere sensuele stem. Haar uitstraling is aangenaam vrolijk. Gepassioneerd put ze uit tal van culturen. Ze zingt zowel melodieuze Franse chansons als vrolijke Mexicaanse bruiloftsliederen, zowel triestige songs in gebroken Engels als traditionals uit Québec. Van melancholie tot spetterend feest met een lach. Haar sound wordt bepaald door een fijngevoelige muzikante op cello, ukelele of cavaquinho (mini-gitaartje) en een duizendpoot op percussie/drums. Verder hoorde ik een bevlogen pianist die via een slangetje ook nog een melodica aanblies en een begenadigde gitarist/contrabassist. Nu begrijp ik dat Lhasa's album The Living Road afgelopen jaar zo'n succes was. 
Rum...
Rum & Laïs Het project Thalassa! Thalassa! Bracht good old Rum op het podium samen met het eigentijdse Laïs. Ze werden begeleid door een zestal muzikanten waaronder drie sterke blazers. Daarnaast bespeelde Wiet Vanderleest geregeld viool en soms gitaar en Dirck van Esbroeck soms gitaar. Zowel Rum als Laïs hadden op een enkeling na hun ‘eigen nummers' opzij gezet en zich gestort op een speciaal voor deze gelegenheid samengesteld maritiem repertoire. Wat mij betreft werd het net een te grote ratjetoe aan stijlen. Klezmer, dixieland, Bretons werk, musette walsen, calypso... Het meeste materiaal was voor het grote publiek onbekend. Zodra het bekender werd sloeg de vonk over, denk aan nummers als de seashanty In Hellevoetssluis (D'n Ijzeren Man), Jambalaya (feestelijke toegift) en Machero (meegezongen). De ingetogen juweeltjes als ‘Ik sta hier met de rug naar het land' (geschreven door Wannes van de Velde) en twee musettes van Wiet Vanderleest bekoorden mij echter het meest.

... en Laïs
Skolvan Skolvan was slechts de enige vertegenwoordiger van de Bretonse muziek. Maar dan heb je het wel meteen over een ijzersterk gezelschap met een surplus aan pluspunten. Zoals de ‘eenhandige' diatonische accordeonist die vanwege een verlamming zijn bassen niet beroert maar dat aan de melodiekant op miraculeuze wijze compenseert. Of het boeiende typisch Bretonse vraag- en antwoordspel, dit keer op sax en biniou. De in aanzet traditionele muziek schoof nogal eens heerlijk op in de free-jazz richting onder impuls van de groovy percussionist + gitarist. Ondanks deze inventieve zijstapjes bleef Skolvan uiterst dansbaar hetgeen bleek tijdens een breed uitgesponnen andro die de dansers in een lange rij tot ver buiten de matig gevulde clubstage voerde. 
Skolvan
|