|
-door Assie Aukes, foto's Ronald Rietman- De financiële crisis is ook niet ongemerkt aan de deuren van De Oosterpoort in Groningen voorbij gegaan. Ook Trad.It!, hét festival in Nederland voor Europese roots muziek, moest bezuinigen en kwam dit jaar met een afgeslankte programmering. Toch is programmeur Geert Oude Weernink er ook dit jaar erin geslaagd een aansprekend affiche samen te stellen.
Het grote voordeel van deze afgeslankte versie is het feit dat het merendeel van de concerten elkaar niet meer overlapt. Tevens is het gedrang om tijdig de kelder te bereiken nu gelukkig verleden tijd. Minder blijkt in de praktijk dus meer te zijn.
Dat Trad.It! zijn belang al lang heeft bewezen, doet niets af aan het feit dat er nog steeds avontuurlijk geprogrammeerd wordt. Van de vijf groepen die in Groningen optraden, waren vier nog nooit eerder in Nederland te beluisteren. Dat muzikaal avontuur in ons land niet altijd wordt uitbetaald in klinkende bezoekersaantallen weet Trad.It! ook al langer. Toch zal de publieke belangstelling bij deze afgeslankte versie de organisatie waarschijnlijk niet tegengevallen zijn.
Blowzabella zou al eens eerder in Groningen optreden, maar loste deze belofte pas na 26 jaar in. In die tijd is er qua personele bezetting veel veranderd in de band, maar de essentie is gelijk gebleven: het spelen van dansmuziek uit Engeland en de rest van Europa. De traditionele dansen zijn in de loop van de tijd voor het merendeel ingewisseld voor eigen composities. Instrumentaal zijn de traditionele doedelzakken uit de beginjaren ingeruild voor de meer hedendaagse saxofoons, maar het gebruik van viool, draailier en trekharmonica zijn gebleven. De muziek van Blowzabella kenmerkt zich door een gelaagdheid die de band van begin tot einde weet vast te houden. Basgitaar, viool en trekharmonica zorgen voor een ritmische basis, terwijl er ruimte is voor improvisatie en verdieping voor de draailier en saxofoon. Speciaal voor de balfolk-liefhebbers speelde Blowzabella een twee uur durend dansprogramma, waar de dansliefhebbers gretig gebruik van maakten.

Voor de liefhebbers van luistermuziek was er tussendoor in de kleine zaal het concert van de Deense band Zar. In Nederland is deze band nagenoeg onbekend, in Denemarken werd vorig jaar hun derde album Der Braender en lld uitgeroepen tot ‘Album van het jaar’. De traditionele muziek van Zar kenmerkt zich door een melancholieke pop-folk aanpak, waarin de stem van zangeres Sine Lahm Lauritsen een prominente rol speelt. Ondersteund door twee uitstekende violisten weet zij met haar lage stem de muziek van diepgang te voorzien. Haar hoge tonen komen daarentegen wat schreeuwerig uit haar keel. Halverwege het concert zingt ze plotseling een Engels lied, waardoor de groep helaas devalueert tot een soft popgroepje. Dat het op het einde toch nog goed kwam met het Engels, bewees de groep in de toegift. Pete Seegers ‘Erie canal’ kreeg een aanstekelijke, bijna bluegrass-achtige, versie.
Technisch gezien was de Zweedse groep Nordic wellicht het beste wat er op deze editie van Trad.It! te zien was. Met een minimum aan instrumenten (mandoline, cello en nyckelharpa) wist dit drietal met dit ongebruikelijke instrumentarium een maximum aan geluid voort te brengen. Met de cello als stevige basis werd een heel scala van muziekstijlen voor het voetlicht gebracht. Experimenteren moet deze rasmuzikanten in het bloed zitten, waarbij elke muzikant op zijn beurt het voortouw weet te nemen. En net op het moment dat het allemaal toch wat eenvormig gaat worden, zingen de mannen een prachtig liedje. Dat hadden ze eerder en vaker mogen doen.
De drie dames van Netnakisum uit Oostenrijk hadden het moeilijk op het podium van de foyer. Het merendeel van het publiek was aan het uitblazen na het concert van Nordic en in afwachting van het eindconcert van Bellowhead, toe aan een drankje en een babbeltje. Daardoor kwamen, met name achter in de foyer, de polka’s en van het drietal totaal niet over. Netnakisum is typisch zo’n groep die het heel goed in de kelder had kunnen doen, waar de interactie met publiek intiemer en directer is. In de foyer viel hun optreden helaas grotendeels in het niet.

Met Bellowhead kreeg het festival de afsluiting die elke programmeur zijn festival toewenst. In een mum van tijd had deze 11-koppige Engelse band het publiek bij de kladden en wist van het optreden een groot feest te maken. Dat zanger-violist Jon Boden niet echt goed bij stem was, kon de pret niet deren. Ik heb met verbazing de verrichtingen van trekharmonicaspeler John Spiers gevolgd. Wat heeft die man een drive! Bellowhead, die helaas dit jaar niet op het Holland Festival zal optreden, heeft nu ook in Nederland bewezen dat het momenteel de meest opwindende folkband van Engeland (en verre omstreken) is.
 Met de bezuinigingsplannen van de politieke partijen in het vooruitzicht kunnen het de komende jaren wel eens barre tijden worden in de cultuursector. Laten we hopen dat dit festival in Groningen de onafwendbare bezuinigingsronden ongeschonden mag overleven. Trad.It! verdient het om te overleven, want dit festival is uniek in zijn soort in ons land.
|