|
Assie Aukes, oud-medewerker van Dranouter, radio-programma-maker, organisator van het folkfestival in Zwolle () en medewerker van Folkforum.nl vroegen we zijn indrukken weer te geven. Hier het artikel van Assie waarin nu en dan harde noten worden gekraakt (o.a. Laïs en geluidstechniek in kleine concerttent), maar waarin hij ook constateert dat België heel blij mag zijn met een podium als Dranouter. - door Assie Aukes - Voor het eerst in jaren een Dranouter-festival zonder regen en modder, wat een genot. De dikke truien en laarzen konden achterwege blijven, de t-shirts konden uit. Ook folkmuzikanten zijn mensen van vlees en bloed. Een Ierse violist verzuchtte zondagavond dat hij nog nooit op een festival was geweest waar zoveel 'bloody beautiful young girls' rondliepen. En inderdaad, een groot deel van de ruim 80.000 bezoekers was jong en vrolijk en vermaakte zich kostelijk.
Dranouter kende dit jaar weinig echte trekkers, wat volgens voorzitter Marnique Deswarte de reden was dat er een recordaantal weekendtickets verkocht zijn. Het publiek kiest volgens hem voor de breedte van het programma en niet voor enkele toppers. Een stelling waar ik een heel eind in mee kan gaan. Een breed programma met veel nationaal talent, buitenlandse grootheden en een aantal onbekende namen, zo kenmerkt zich het Dranouter-concept zich in een notendop. Het afgelopen weekend bewees dat dit concept werkt. De Belgische muziekwereld mag blij zijn met een podium als Dranouter, want laten we eerlijk zijn, ook nationale toppers als Flip Kowlier, Arno en Hooverphonic krijgen niet wekelijks de kans zich voor zo'n massaal publiek te presenteren. Diversiteit is het steekwoord wat Dranouter graag gebruikt en zo kan het gebeuren dat Belgisch trots Urban Trad het podium mag delen met Daniel Lanois en Scala, een jeugdkoor uit de buurt van het Belgische Aarschot. Voor mij een totaal misplaatste act, maar in Dranouter kan dat allemaal. T E C H N I E K Geluid op een festival is vaak een heikel punt. Dranouter is daarop geen uitzondering. Het geluid in de grote tent was vaak redelijk tot goed (Berrogüetto, The Big Session), snoeihard (Urban Trad, Afro Celts) tot slecht (Laïs). In de kleine Concerttent was het een ander verhaal. Groot Onderhoud, nota bene een eigen productie van het festival, werd vakkundig door de technici de nek omgedraaid. Naked Raven kwam gefrustreerd het podium op. Tekenend was het feit dat de celliste van de groep tijdens het optreden lange tijd tevergeefs contact zocht met de technicus, die het presteerde met de rug naar de band te staan. Ook de zware beat vanuit het kinderanimatieterrein verziekte de lichtvoetige huiskamerpop van deze Australiërs enorm. Ierse bands als Comas en Teada hadden te kampen met een weerbarstige geluidsinstallatie. Alleen groepen met een eigen technicus (Ranarim, Mes Souliers Sont Rouges) kwamen tot een aanvaardbaar geluid. T A L E N T De Clubtent was grotendeels het domein van het jonge Belgische talent. Veelal instrumentale muziek die in meer en mindere mate uitnodigde tot dansen. De hitte weerhield het publiek niet. Het talentvolle Aedo bracht de hele tent op de been met haar aanstekelijke an dro's en bourreeskes. Het nieuwe Belgische talent presenteert zich op het album 'Jong Folk'. Kwantitatief zit het goed in België en ook instrumentaal kunnen de meeste groepen prima uit de voeten (bijv. Ballroom Quartet). Zorgwekkend is echter het gebrek aan zangers en zangeressen. Het lijkt mij onvoorstelbaar dat er tussen zoveel enthousiastelingen (Boombal in Gent trekt elke keer honderden dansers…) geen zangers en zangeressen zitten. Gooik en sinds kort ook Dranouter geven les in traditionele instrumenten. Het wordt hoog tijd dat daar zang aan toegevoegd gaat worden. Ook qua podiumpresentatie en communicatie met het publiek moet er bij de meeste groepen nog heel wat geschaafd worden. S E L E C T I E Zestig concerten in drie dagen vereist een stevige selectie. De Belgenpop viel wat dat betreft al snel af. In het programma van Dranouter was dit jaar geen aandacht voor Afrika en ook het aanbod uit de Scandinavische landen stond op een laag pitje. Toch kwam het hoogtepunt van het festival uit het noorden: het Zweedse Ranarim wist op zaterdagmiddag in de Kleine Concerttent de harten van velen te stelen met kraakheldere zang, betoverende klanken op de nickelharpa en prachtige arrangementen. Ook de Franse groep Mes Souliers Sont Rouges was een grote verrassing. Was deze groep uit Normandië een jaar of vijf geleden nog te bestempelen als een kopie van La Bottine Souriante, tegenwoordig weet de band met een afwisselende arrangementen, uitstekende zang en een ijzersterke podiumact het publiek moeiteloos aan hun, in rode schoenen gestoken, voeten te krijgen. Comas is het Ierse woord voor kracht. Een goed gekozen naam want de groep liet een waar instrumentaal bombardement op het publiek neer. Stuk voor stuk klasse-muzikanten die zich nu nog op de finesses zullen moeten richten. Linda Thompson kwam niet en werd vervangen door Dayna Kurtz die veelvuldige putte uit haar succesalbum 'Postcards from downtown'. Het was even wennen om die nummers in een afgeslankt arrangement te horen, maar Kurtz' diepe stem kwam in deze vorm prachtig tot zijn recht. Berrogüetto was mij niet bekend, maar de groep bewees in een prachtige set tot de toppers van Galicië te horen. Het geluid van de groep is veel gevarieerder als menige streekgenoot en met Guadi Galego heeft de groep een zangeres van formaat in huis. The Big Session bewees dat The Oysterband nog steeds kan swingen en dat Eliza Carthy zich heeft ontwikkeld tot een echt podiumbeest. Moeiteloos wist zij alle aandacht naar zich toe te trekken. Een waar fenomeen. Ambrozijn was vrijdagavond in goeden doen, maar ik kreeg toch de indruk dat de groep zich wat onwennig voelde op het, toch wel grote, podium van de Kleine Concerttent. Ik denk dat een theaterzaal de groep beter zal passen. Ambrozijn moet er voor waken dat de arrangementen niet doorschieten en te bedacht overkomen. Die mogelijkheid ligt wat mij betreft dicht op de loer. Naked Raven kon mij zondagmiddag niet helemaal overtuigen met haar kamermuziek-pop. De zangeres heeft een prachtige stem, maar bleef voor mij nog te veel aan de oppervlakte. Misschien was de strijd met het geluid daar debet aan, maar ook deze groep gedijt waarschijnlijk beter in de rustige atmosfeer van een theater. De vertolking van 'Who's that girl' van The Eurythmics was overigens een topper. H A R D We dachten dat het op zondagavond al vrij rustig was op het festivalterrein, want er liep beduidend minder volk rond. Het tegendeel bleek toen het Belgische fenomeen Arno zijn concert in de grote concerttent afrondde en het publiek weer naar alle kanten uitstroomde. De Afro Celts mochten voor de derde keer het festival afronden en deden dit met verve. De Afrikaanse (percussie) klanken mengden zich moeiteloos met de Keltische instrumenten van o.a. uilleann piper Emer Mayock. Violiste Mairead Nesbitt mocht nog even opdraven, maar had niks toe te voegen aan de bombastische sound van deze band. Het snoeiharde geluid deed mij besluiten om voortijdig te vertrekken. L a ï s Al met al was deze 29ste editie van Dranouter Folkfestival een zeer acceptabele. Slechts een groep ging voor mij helemaal onderuit en dat was Laïs. De engelenzang van deze dames begint danig scheurtjes te vertonen. Hun a capella act was, ondanks de fraaie kostuums, totaal misplaatst op het grote podium. De zang kwam, op de duetten met Ludo Vandeau na, rommelig en onverzorgd over. Ook gasten als Flip Kowlier konden Laïs ditmaal niet redden. Ronduit storend is het feit dat de groep, ook na vijf jaar bühne-ervaring, zich niet naar een publiek kan presenteren. Volgend jaar beleeft Dranouter haar 30ste editie. Op de manier zoals deze 29ste kan het festival nog jaren verder.
|