|
FF-Henk heeft naast een aantal internationale bands waarover hij vanmiddag (woensdag) samen met FF-Paul op deze site aan het woord komt, nogal wat Belgische groepen gezien. Hier passeert een deel daarvan de revue. Bij Wannes van de Velde kon hij onmogelijk terecht, daar hingen ze met de benen buiten. Guido Belcanto, Bart Peeters en meer van die grensgevallen heeft hij laten passeren - je kunt immers niet alles volgen. Arno moet geweldig geweest zijn. De Grote Concerttent dampte van de emotie, maar tegelijkertijd speelde Mes Souliers Sont Rouges - die hij absoluut niet wilde missen - in de kleine concerttent.
- door Henk - Zaterdagavond hoorde ik onder het eten de klanken van het Aarschotse jeugdkoor Scala. Geen folk, maar min of meer bekende popsongs door een meidenkoor. Het leek een kruising tussen de Poppys en een gospelkoor. Aan de reacties van het publiek te horen ging het erin als gesneden koek. Dus toch maar even gekeken. Het waren zo'n veertig meisjes ik schat tussen de 14 en de 18 jaar. Prachtig om te zien hoe het enthousiasme van de dirigent overslaat op de meisjes. Ze houden hun ogen constant op hem gericht. Je ziet ze stralen. Geheel vrijblijvend is het niet want je hoort gedurfde teksten als I Touch Myself en I wanna fuck every man in sight. Maar de grote concerttent ging pas echt uit z'n bol bij het nu erg populaire onschuldiger Ik Wil Je, Blijf Bij Me, Hou van me, Ga nooit meer weg. De broers Stijn en Steven Kolacny hadden Arid-zanger Jasper Steverlinck overgehaald om als gastsolist mee te doen. Dit sexsymbool leende zijn prachtige tenorstem aan enkele nummers als Life on Mars. U r b a n T r a d Urban Trad bewandelt toegankelijke folkpaden. Leuke deuntjes op heftige beats. Dit concept is bijna tot in de perfectie uitgewerkt en slaat bij een groot publiek aan. Ondanks de hitte wezen duizenden vingers de lucht in tijdens een disco-dreun en even later bewogen al die armen mee bij het lome ritme van de eurosong Sanomi. Het nadeel van Urban Trads consequent toegepaste formule is dat het voorspelbaar wordt. In de grote concerttent werd ik zaterdagmiddag voor het podium bijna weggeblazen, zo hard stond het geluid. Alsmaar weer dreunde die aanzwellende beats. Jammer. Bij Urban Trad gaat het om hoog gekwalificeerde muzikanten en drie leuke zangeressen, wiens instrument- en stembeheersing en artistiek niveau ondergeschikt worden gemaakt aan het hippe totaalgeluid. Als met deze popularisering jonge nieuwe muziekluisteraars naar de folk worden toegetrokken is het mij best, maar dan hoor ik toch liever de aanpak van een jonge groep als AedO. A E D O AedO speelde min of meer tegelijkertijd met Urban Trad, maar dan in de clubtent. Het was er stervensdruk en tropisch. Van dik hout zaagt men planken, denken ze bij AedO. Als het stel de eerste tonen inzet gebeurt er wat. Hun dansbare instrumentale folkrock in vaak originele arrangementen wordt ondersteund met stevige bas en drums. Maar AedO geeft ook ruimte aan subtiliteit. De broers Pieter en Jonas De Meester op sax en gitaar vormen een mooi en goed musicerend span en ook de andere vier kunnen er wat van. Instrumenten als doedelzak (Willem Petersborg) en diatonische accordeon (Klaas Keymolen) zorgen ervoor dat de eigen composities die soms uitwaaieren over jazz en rock altijd iets folkachtigs behouden. En al wat jong en westvlaams is gaat ten dans. Wals, bourree, andro… 't maakt niet uit, ze kennen het allemaal. W A A L S Een andere groep die evenals Urban Trad en AedO een rol kan spelen in de popularisering van folk is de Waalse band Les Turdus Philomelos. Ze brengt een akoestische swingende mengeling van harmonie, fanfare, chanson, gipsy en folk. Met een man of zes beheersen ze sax, trompet, diatonische accordeon, viool, gitaar, drums en percussie. Ze schromen niet samen er ook nog bij te zingen. Ach, deze band laat heus wel eens een steekje vallen, maar is in haar arrangementen en aanpak dermate origineel dat je dat op de koop toeneemt. De drummer komt af en toe achter zijn drumstel vandaan om met een dikke trom voor zijn buik tussen de andere instrumentalisten in te gaan staan. Dat komt de dynamiek en dus de présence ten goede. Ook kwalitatief verrassend waren de cornemuse-klanken van Griff en het eveneens Waalse Dazibao, maar dan aanmerkelijk intiemer. Die muziek stond eigenlijk té zacht. De presentatie was té schuchter. Maar de combinatie twee accordeons en snaren belooft veel voor de toekomst. Het repertoire ook. De jeugdige Walen vetrekken vanuit de eigen traditie maar stappen net zo gemakkelijk over naar zuidelijke invloeden als flamenco. Sophie, die me tijdens de presentatie van de Jong Folk-cd al kon bekoren met haar spel op de diatonische accordeon, bespeelde nu ook soms een contrabas. Het Nederlands gaat haar overigens al behoorlijk af. B A L L R O O M Q U A R T E T Wat de presentatie betreft moet de overigens voortreffelijke band Ballroom Quartet ook nog wat leren. Wellicht is het artistiek gezien de beste van die grootse jonge aanwas in België. De groep is origineel in compositie en ritme, maar zet daardoor de dansers nog wel eens op het verkeerde been. Op een basis van contrabas en drums bloeien accordeon en vooral mandoline op. Dit laatste instrument wordt geregeld met bottleneck bespeeld en het geluid wordt elektronisch slim vervormd. Het probleem in de clubtent was dat de muzikanten op een stoeltje zaten en al hun aandacht nodig hadden voor het kunstje dat ze flikten. Statisch dus. Als dit presentatieprobleem serieus wordt aangepakt zal Ballroom Quartet spoedig doorstromen naar de grotere podia. G r o o t O n d e r h o u d Groot Onderhoud werd voor het eerst uitgevoerd. Het is een project dat op poten is gezet door Piet Chielens en het Dranouter Folkfestival. De bedoeling is het Westvlaamse publiek te doordringen van haar geschiedenis. Van de invloeden die de Westhoek allemaal gekend heeft, die van de Grieken, de Romeinen, die van de Kelten, die van het geloof, de kruistochten etc. Je krijgt als het ware in een uur tijd de hele geschiedenis in zang en muziek gepresenteerd. Dans wordt er in de toekomst aan toegevoegd, als tenminste de subsidiegevers over de brug komen Er zijn een zevental muzikanten bij elkaar gezocht van wie we er al drie kenden: zangeres Eva De Roovere (Kadril, Oblomow), accordeon en draailier door Hans Quaghebeur (Kadril) en fluiten en doedelzakken door Stefan Timmermans (Madingma, Balbrozijn en oioit-Fluxus). De anderen zijn: Wim Ramon (bas), Maud Vanderheijden (viool), Thomas Smeterijn (luit) en Stéfan Poujen (percussie). Hans Quaghebeur zocht een fraai repertoire bijeen. Een prachtig initiatief dat dit najaar, als alles meezit, de theaters in gaat. Maar…. Dan zal er eerst nog het nodige moeten gebeuren. Veel repeteren! De groep was onvoldoende op elkaar ingespeeld. Het was een primeur, die te vroeg kwam. Eigenlijk had de organisatie dat deze goede muzikanten niet moeten aandoen. Stiekem was gehoopt dat theaterprogrammeurs geïnteresseerd zouden raken door het concert tijdens Dranouter en Groot Onderhoud zouden boeken voor het najaar. Ik hoop dat de theaterprogrammeurs door alle malleur heen gekeken hebben. Zoals bij zoveel concerten in de Kleine Concerttent was het geluid slecht geregeld. Als je elkaar op het podium niet goed hoort en je speelt pas net samen, dan is dat rampzalig. Vertwijfeld werd naar elkaar gekeken. Okay, vervolgens werd ervaren net gedaan of er niets aan de hand was. Maar de timing liet te wensen over. Een Bretons dansje ging op die manier gigantisch de mist in. Een Kretenzer nummer werd te breed uitgesponnen. Ondanks alle mankementen klonken sommige nummers prachtig. En Eva de Roovere sleepte iedereen erdoor met haar warme stem en krachtige zang. A M B R O Z I J N Voordat ik vrijdagavond de Kleine Concerttent opzocht voor een concert van Ambrozijn, werd ik de Grote Concerttent ingetrokken door Admiral Freebee, of nee, meer door een vrouwenstem die Tom Vanlaere erbij betrokken had. Het bleek Nathalie Delcroix van Laïs te zijn die de rustige kraker Rags & Run tot grote hoogte opstuwde. Een bijzonder mooie uitvoering. Het bleef niet bij dat rustige werk. Vanlaere nam meteen weer zijn rockpose aan. A Bad Year For Rock-'n-roll werd massaal meegeklapt. Veel succes dus voor Admiral Freebee zoals later op de avond ook voor Flip Kowlier die zelfs het Doe Maar-nummer Is dit Alles erbij sleepte. Maar het meest genoot ik die vrijdagavond van Ambrozijn. We hebben dit kwartet al meningmaal gezien en beschreven (ook op Folkforum.nl), maar ik kan het niet laten nog eens de kwaliteit te onderstrepen van deze muzikanten en voorgangers in de huidige folkboom. Instrumentaal steeds weer verrassend, zelfs een tikje avantgardistisch. Het gemak waarmee ze zich door de aanvankelijke geluidsproblemen heen worstelden tekent hun professionaliteit. Waar de presentatie in het begin van hun carrière - inmiddels al weer zo'n negen jaar geleden - nogal eens te wensen over liet, is dat nu anders. De ontspanning straalt er vanaf. Een losse présence bij strakke muziek, kun je zeggen. De humor is ook een sterk wapen geworden. Wat dacht je van de titel voor 'n instrumentaaltje: Sneller dan Prins Laurent. Wim Claeys voegt er voorzichtigjes aan toe: "allee, 't is alleen om een beetje te plagen". Dan volgt een mid-tempo gitaar intro voordat viool en accordeon het tempo opvoeren. Ambrozijn is top maar staat nog steeds met beide voeten op de grond. L A I S Ik hoop dat dat bij Laïs ook nog het geval is. Onder het publiek hoorde ik daar zondagmiddag mensen aan twijfelen nadat ze de drie zangeressen in gala en met rode pluche waaiers het podium zagen betreden. Ikzelf denk dat het zo'n vaart niet loopt. Je zult maar uitgenodigd worden om op het immens grote podium van de grote concerttent een uur lang a capella te zingen. Dan moet er meer gebeuren dan het zingen van een twaalftal nummers. Daarbij hoort ook aandacht voor de kleding. De weken voorafgaand aan Dranouter was er geheimzinnig over gedaan. Alsof de bruidegom niet mocht weten hoe z'n bruid op de trouwdag gekleed zou gaan. Dat hoort er allemaal bij. De haperende geluidstechniek zorgde voor irritatie in de tent. Ik had het voorrecht om de eerste helft van het concert op een mooi scherm te zien met geluidsboxen erbij. Daar merkte ik niets van die problemen. Ik hoorde een prachtige vertolking van het religieuze Tria Cantica Eucharistica, samen met Ambrozijn-zanger Ludo Vandeau. Heel gedurfd! Het was een van de vier nummers die ook al te horen waren op de cd A La Capella (ook nog Wee Mij, Belle en After The Goldrush). De andere 8 nummers kwamen ondermeer van andere projecten zoals Opzij, opzij (van Herman van Veen) en Marieke (overdonderend applaus). Indrukwekkend was ook de vertolking van het lied Jerusalem, dat we kenden van Coope, Boyes & Simpson. Laïs heeft zich er absoluut niet gemakkelijk van af gemaakt. Er was veel voorwerk verricht. Op het juiste moment toverden ze een verrassing tevoorschijn, zoals Flip Kowlier die in het nummer Abacadabra meerapte, of Daan (Dead Men Ray) die in zijn nummer Swedish Designer Drugs zijn stem sampelde, wat uiteindelijk tot het gemengd koor Daanlaïs leidde. De toegift werd natuurlijk 't Smidje. Nee, ik kan niet meegaan in het gemompel over Laïs. Gezien de enorme druk die dit speciale a capella optreden met zich meebracht, vind ik dat ze het er goed van hebben afgebracht.
|