songs for the voiceless
Diverse artiesten - Songs for the Voiceless – Haystack Records



Honderd jaar geleden begon de Eerste Wereldoorlog (’14-’18). In Frankrijk, België en vooral Engeland hebben muzikanten zich over dit onderwerp gebogen. In Engeland leverde dat een stuk of vijf thema-albums op, waaronder de prachtige dubbel-cd In Flanders Fields van Coope Boyes & Simpson. Waar dat album nagenoeg enkel bekende nummers omvat van eerdere albums of van hun sublieme live-optredens, biedt Songs for the Voiceless níéuw materiaal door verschillende ‘jongere’ Britse folkmuzikanten. 



Songs for the Voiceless blinkt uit in een sfeer die past bij zo’n herdenking: hoofdzakelijk ingetogen en spannend, op het nummer Trojan Tree van Katriona  Gilmore na. Haar folkpoppy aanpak vormt een fremdkörper. Van de tien nummers zijn er zeker 8 ingetogen. Fraai, maar ik beperk me met een toelichting op de helft daarvan: 



In de album-opener, de klaagzang  Theo Jones, is het genieten van de harmonieën in de samenzang van het trio The Young’uns aangevoerd door de getalenteerde zanger Sean Cooney. Het trio citeert uit de kronieken van een 29-jarig schoolhoofd, die amper aangemeld in het leger bij ‘The Bombardment’ de dood vindt.



Josienne Clarke baseert het gevoelige As The Dust Settles In op de ervaring van haar opa (Your Country needs you).  Haar muzikale partner Ben Walker begeleidt haar subtiel op akoestische gitaar, Resonator en keyboard. 



Een spannende orgeldrone en een houten dwarsfluit klinken in Trenches van Ian Stephenson. Hij bezingt vermoeid het veranderend inzicht van Private Harold Saunders. In 1915 meldt Saunders zich als enthousiaste jonge rekruut aan het front, maar na twee jaar in de loopgraven keert hij terug  naar Engeland met “…a profound hatred for war and everything it implies”. 



Bella Hardy verdiept zich in de rol van de vrouw tijdens de oorlog. Nadat ze duizelt van alle info stuit ze op een affiche dat haar de ogen opent: “Women of Brittain say – GO!” Zouden ze dat echt zeggen tegen hun geliefden, vraagt ze zich af. Of was het een instructie van politiek en legerleiding? ‘Jolly Good Luck To The Girl That Loves A Soldier’ zingt ze bij een minimale begeleiding, enkel een trage tokkel op de laagste snaar van de ukelele. Indrukwekkend!



Op het eind van het album klinkt typische Engelse wrange humor door in het nagenoeg a capella gezongen The King’s Horse / Dawsons Priso / The Calculation van The Young’uns. Hun aanpak had ongetwijfeld gepast in Monty Python, maar hoort zeker ook bij de sfeer van onderschatting bij het thuisfront ten aanzien van de gruwelen op het slagveld en bij de manier waarop Engelse soldaten soms vrolijk marcherend en zingend uit de loopgraven kwamen en zo onvermijdelijk de dood tegemoet gingen.



Jon Boden sluit af met het humoristisch/kritische If You Want To See The General (ook bekend als Hanging on the Old Barbed Wire). Deze mars – de enige traditional - beschrijft hoe de legertop ’t er van neemt, terwijl het voetvolk en masse sterft in de loopgraven. Jon Boden heeft niet de indruk dat een dergelijk nummer ’n marstempo verdient, dus brengt hij het een stuk trager en indringender dan voorheen bijvoorbeeld Coope, Boyes & Simpson en Chumbawamba. In het eerste couplet gaat het van ‘If you want to see the General, I know where he is / he's pinning another medal on his chest’. Om een aantal coupletten cq rangen lager uit te komen bij soldaat: ‘If you want to see the Private, I know where he is / He's hanging on the old barbed wire.’



Henk Hoogenstraaten