-door Mirjam Adriaans-
Eerst was er Stormweere van Spilar in 2020, dit jaar volgden Houtekiet van MANdolinMAN & Ansatz der Maschine en Marafiki van het duo Decombel & Van Mierlo. Drie prachtige albums met Maarten Decombel (gitaar, mandola, zang) als gemene deler. Hij heeft zich door de jaren heen in alle bescheidenheid ontwikkeld tot een sleutelfiguur in de Belgische (bal-)folk en blijkt bereid om een paar vragen te beantwoorden.

Hemelvaart 2004. Enthousiaste dansers en folkliefhebbers die nieuwsgierig zijn naar hoe dat nou in zijn werk gaat, zo'n folkbal, trekken naar het Wilhelminaplein in Eindhoven voor het minifestivalletje Folkbal meets Boombal (het Belgische voorbeeld van de folkbals). Het wordt een heerlijke dag, met heel veel mooie muziek, vooral uit Vlaanderen. Er kan op gedanst worden en dat doen velen dan ook, maar ik luister vooral, want wat ik hoor boeit me. Later lees ik op Folkforum, waar ik op dat moment nog niet actief bij betrokken ben, dat in de Boombal Allstars een pak aan talent verzameld is rond gitarist Maarten Decombel

Maarten Decombel bij Folkbal Meets Boombal, foto Ronald Rietman
Maarten Decombel bij Folkbal Meets Boombal in 2004, foto Ronald Rietman

Enkele maanden later schrijf ik mijn eerste stukje, over een fijne Nederlandse cd, maar die Belgen, die blijven ook boeien, dus ga ik graag naar bals en concerten. Inmiddels heb ik Maarten Decombel al veel vaker aan het werk gezien, met Göze, Harakiwi, Snaarmaarwaar, MANdolinMAN en Naragonia Quartet. Meestal als instrumentalist, maar af en toe laat hij zijn aangenaam warme zangstem horen. Hij is niet direct een flamboyante frontman of opvallende verschijning op het podium, stelt zich meestal vrij bescheiden op en laat vooral zijn muziek spreken, toch weet hij mij (en mijn collega's) keer op keer te overtuigen, dus wordt zijn naam nogal eens genoemd in verslagen en recensies en volkomen terecht. 

Hij heeft zich verdiept in open gitaarstemmingen en weet daar een heerlijk geluid mee te creëren, dat in de loop der jaren alleen maar sterker lijkt te worden, zodat hij tot een van de sleutelfiguren van de Belgische folk gerekend mag worden. En of het nu gaat om subtiel virtuoze ondersteuning van andere klasbakken dan wel een treffend dynamische leidende partij, het is genieten als je hem hoort spelen. Dat geldt niet alleen voor zijn gitaarwerk, maar ook met een instrument als de mandola weet hij een heel mooie eigen klank neer te zetten. 

Tijd om in de mail te klimmen en hem eens wat vragen te stellen over zijn muzikale achtergrond:

FF: Wanneer ben je begonnen met muziek maken en kun je daar iets over vertellen?

Maarten: Ik heb de muzikale genen van mijn opa, een gepassioneerde en getalenteerde organist die zichzelf heeft leren spelen in de jaren ’50. Toen ik 9 jaar was ben ik begonnen met gitaarles. Mijn leerkracht was van vele markten thuis: hij speelde zowel klassiek, jazz als rock, hij was de eerste die mij op weg zette naar het vinden van een eigen klank en stijl. Later verdiepte ik mij 6 jaar lang in de wereld van de klassieke gitaar aan het conservatorium. Dit hele parcours verliep parallel met het opengaan van mijn eigen persoonlijke muziek-horizon: de ontdekking van de folk & jazz in mijn vroege tienerjaren, het spelen in allerhande orkestjes en bandjes.

FF: Heb je ooit in een band gespeeld en zo ja welke?

Maarten: De allereerste “serieuze” band waar ik bij speelde, heette Keukkojoen. We verkenden eind jaren ’90 de wereldmuziek en de grote Europese muziektradities: keltisch, scandinavisch, de vele vocale stijlen die daarbij horen. In 2003 begon ik met accordeonist Wim Claeys het duo Göze, in deze formatie zochten we de inspiratie in eigen composities en Belgisch/Vlaamse folk. Later ben ik beginnen spelen met Naragonia Quartet, powerfolk-trio Snaarmaarwaar en het mandoline quartet MANdolinMAN. Onderweg mocht ik het podium delen met klasbakken als Evelyne Girardon, Urban Trad, Amorroma, Ialma, Eleonor, Zefiro Torna, Griff, Jim Boyes, Gilles Chabenat, Frédéric Paris, Wör, Kevin Seddiki, Michel Godard e.v.a.

Maarten Decombel met Naragonia op DenneFeest 2022, foto Ronald Rietman
Maarten Decombel met Naragonia op DenneFeest 2022, foto Ronald Rietman


FF: Welke instrumenten bespeel je?

Maarten: Mijn hart ligt bij de snaren: gitaar (vooral folkgitaar), mandola, mandoline, mandocello,…Instrumenten waar je zowel melodisch als harmonisch aan de slag kunt. Het vormgeven en zoeken naar akkoorden en ondersteuning van een ander zijn muziek geeft me altijd een heel grote voldoening.

FF: Welk instrument gebruik je bij het schrijven van je eigen muziek?

Maarten: Dat hangt er vanaf. Soms componeer je met je eigen vertrouwde instrument op schoot. Soms probeer ik net die vertrouwde ingesleten paadjes te vermijden door op een ander instrument (bv. klavier) mijn weg te zoeken. Maar evengoed gebruik ik niets en bedenk ik al fluitend op de fiets een nieuw thema’tje.

FF: Wie is je grote muzikale held (meerdere antwoorden mogelijk)?

Maarten: Héhé, dat zijn er teveel om allemaal op te noemen. Een rode draad doorheen die eindeloze lijst is wel dat ik heel erg opkijk naar muzikanten/bands/componisten die een eigen stem hebben. Virtuositeit is prima, maar is een eigenschap die weinig vertelt over iemands muzikale zeggingskracht. In dit Instagram-tijdperk wordt dit vaak al eens over het hoofd gezien. Ik weet niet goed hoeveel plaats je hebt voor dit artikel, maar dit zijn de eersten die mij te binnen schieten: Jacques Pellen, Django Reinhardt, J.S. Bach, Ennio Morricone, Radiohead, Arvo Pärt, Daniel Lanois, Rolf Lislevand, Nick Drake, Steve Reich, Jan Garbarek, Ale Möller, Efren Lopez, Jean-Louis Matinier, Coope Boyes & Simpson, Yamandu Costa, Roger Tallroth, Paco De Lucia, Bill Frisell, Renaud Garcia-Fons, Tinariwen, Stevie Wonder, Soïg Sibéril, Paulo Fresu, Keith Jarrett, Frédéric Paris, John Scofield, James Taylor, Hamilton De Holanda,...

FF: Wat betekent folkmuziek voor jou?

Maarten: Een moeilijke vraag. Omdat het afbakenen van een terrein meteen ook een pak mogelijkheden en opportuniteiten uitschakelt. Folkmuziek is voor mij natuurlijk een muziekgenre dat op éen of andere manier geworteld is in een bepaalde plek, in bepaalde verhalen of speelstijlen. Tegelijk is het jouw versie vertellen met materiaal dat eerder ontstaan is. Maar evengoed is het een mentaliteit, waarbij het delen heel erg centraal staat. We hebben een uniek eco-systeem van concerten, stages, bals, jamsessies,… die vaak in een heel open sfeer verlopen. Het dooreen lopen van al die verschillende domeinen is toch iets wat je niet zo vaak ziet in andere stijlen. 

FF: Over de drie albums die sinds 2020 zijn verschenen, allemaal bij Trad Records, heb ik uiteraard ook nog een paar vragen. Ondertussen luister ik nog maar eens naar de fraaie composities, te beginnen bij Stormweere van Spilar.

Spilar - Stormweere
Spilar - Stormweere - Trad Records TRAD010 (distributie in Nederland Music & Words)

In de concertloze lockdowns heb ik weinig recensies geschreven, ik had er de rust niet voor en ben erachter gekomen dat live muziek voor mij een eerste levensbehoefte is. Maar als er een plaat is die bij het verschijnen in 2020 een jubelkritiek verdiende dan is het het debuutalbum van Spilar, een soort supergroep waarin Maarten Decombel (zang, gitaar, mandola) samenwerkt met Eva Decombel (zang), Jeroen Geerinck (gitaar, toetsen, synthesizer), Ward Dhoore (mandoline, synthesizer) en Louis Favre (percussie en drums).

Gelukkig waren er genoeg anderen die de plaat onder de aandacht brachten. Muziekmaat Henk zette Stormweere op nummer 3 in zijn lijstje van 20 albums waar hij in 2020 graag naar luisterde en Bart Vanoutrive schrijft in New Folk Sounds: "Op al dit moois enten ze een radicaal eigen sound, vooral ingekleurd door de warme en sprankelende sferen waarin hun snarenspel zich dansend en deinend beweegt." Op Keys And Chords lees ik een nieuwe term: 'oorstreelkundig', die wat mij betreft op het hele album van toepassing is. 

Subtiele folk wordt vermengd met een scheutje jazz, de stemmen van broer en zus Decombel kleuren heel mooi bij elkaar, er staan een paar heerlijke covers op van Willem Vermandere (Voor Marie-Louise), Wannes Van de Velde (Verdronken Land) en Jacques Brel (met Pertank heeft Decombel een prachtige en zelfs nog actuele West-Vlaamse vertaling gemaakt van Pourquoi Les Hommes S'ennuient) en een stel fijne traditionele folkparels die in een eigentijds jasje gestoken zijn (zoals Suver Maecht, dat ze via een cd van Herman van Veen leerden kennen). En dan is er nog dat ene fraaie eigen lied van Maarten Decombel, die zich naast een uitstekend instrumentalist ook een verdienstelijk tekstschrijver toont hier. Komt Er Een End is een overpeinzing bijna, over (mogelijk) verdriet en de radeloze verwerking daarvan. Het wordt sober gezongen, zonder drama begeleid en maakt daarmee juist meer indruk.

Op het Youtubekanaal van Spilar vind je zowel de online release van het album als diverse singles en opnamen van optredens, onder meer bij de Flanders Folk Awards, waar de groep bij de eerste twee edities maar liefst drie nominaties in de wacht sleepte, voor Beste Album (in 2021) en voor Beste Liveband (2021 en 2022). Al vielen ze uiteindelijk niet in de prijzen, het wil toch heel wat zeggen in een land waar het wemelt van de ijzersterke folkbands en -albums. Over die nominaties en het ontstaan van Spilar heb ik een paar vragen:

FF: Met de nog jonge formatie Spilar speel je Vlaamse muziek, zowel traditioneel als eigen werk, hoe is die groep ontstaan?

Maarten: We droomden er al lang van om iets te doen met folksongs van bij ons, zowel oude standards als nieuwer materiaal. Naar aanleiding van het tienjarig bestaan van Snaarmaarwaar hadden we op het Dranouter Festival al eens samengewerkt met mijn zus Eva Decombel en we voelden meteen dat we op dit spoor konden doorgaan. We zijn beginnen werken aan het repertoire met z’n vieren, we speelden een aantal live-concerten ook, maar de puzzel viel pas in de studio echt op z’n plaats. In die laatste fase kwam drummer Louis Favre de band vervoegen met zijn kleurende stijl. Dit najaar start de pre-productie van ons tweede album dat we in januari 2023 gaan opnemen.

FF: Spilar werd genomineerd voor de Flanders Folk Awards in 2020, wat betekent die erkenning voor jou (en voor de groep)? 

Maarten: Het deed ons vooral deugd dat ons debuut-album niet onopgemerkt voorbij ging. We hebben 3 jaar lang met hart en ziel aan de muziek en de band gesleuteld, dus die nominatie gaf absoluut voldoening, ja. Dat we het jaar nadien opnieuw genomineerd werden -die keer als beste live-band- deed extra plezier. Ondanks alle corona-ellende konden we intussen toch een fijne reeks concerten bijeenspelen.

FF: Eerder dit jaar kreeg ik Houtekiet van MANdolinMAN & Ansatz der Maschine. Gelijk luisteren, want MANdolinMAN is voor mij altijd de moeite waard. Hun vorige platen waren bijzonder, onder meer omdat ze allemaal opgebouwd zijn rond een thema (oude deunen uit het veldwerk van Hubert Boone, bossa nova en melodieën uit Vlaams-Brabant), maar vooral omdat de groep een heel eigen draai aan die muziek geeft door de stukken in een tinkelfris eigentijds nieuw jasje te steken. Ook de optredens die ik zag wisten van begin tot eind te boeien door het virtuoze spel van de vier heren: Andries Boone, Dirk Naessens, Peter-Jan Daems en Maarten Decombel. De stukken klinken alsof ze altijd al voor mandoline geschreven waren.

MANdolinMAN & Ansatz der Maschine - Houtekiet
MANdolinMAN & Ansatz der Maschine - Houtekiet - Trad Records TRAD019 (distributie in Nederland Music & Words)

Daarnaast ben ik altijd nieuwsgierig naar interessante samenwerkingen en Ansatz der Maschine is een voor mij nog onbekende naam. Al snel blijkt dat Mathijs Bertel achter die naam schuilgaat en die zag ik vorig jaar in een livestream op Facebook. Bij Verhalen en Muziek van het Meetjesland (dat is een streek in Vlaanderen), mengde hij al heel fijntjes zijn effecten door de mandolineklanken van Andries Boone cs. Het was een van de weinige livestreams die ik echt mooi vond, ten eerste hou ik van verhalen, helemaal als die smaakvol verteld worden in het decor van een oude kapel, afgewisseld met heerlijke deunen door een paar klasbakken van muzikanten. 

Houtekiet lijkt in het verlengde te liggen van die stream, want dit is een project waarbij de muziek een theatervoorstelling rond het gelijknamige beroemde boek van Gerard Walschap begeleidt. En naast het vertrouwde virtuoze spel van de mandolinisten hoor ik ook beats, samples en soundscapes. Wie nu denkt dat er een of ander vervreemdend raar geluid uit de speakers komt als je dit album in de cd-speler legt heeft het mis. Net als bij de stream van vorig jaar wordt gespeeld met synthesizer-effecten, er is percussie, viool en zelfs op een paar nummers een hoorn toegevoegd, maar het sprankelende mandolinegeluid onder meest traditionele deunen dat MANdolinMAN steeds heeft gekenmerkt voert nog steeds de boventoon. Bovendien bevat de cd een mooie inlay met daarin enkele teksten uit de theatervoorstelling.

En dat laat deze luisteraar zich met plezier smaken, folk is immers ook het doorgeven van traditie en daar mag van mij best een eigen geluid aan meegegeven worden. Graag zelfs, als de eigentijdse invulling ook getuigt van respect voor de traditie, en dat is zeker het geval op Houtekiet.

Natuurlijk heb ik ook een paar vragen over MANdolinMAN en het project Houtekiet:

FF: MANdolinMAN bestaat al sinds 2011, kun je iets vertellen over jouw rol in deze groep?

Maarten: Het mandolinequartet MANdolinMAN is opgericht door Andries Boone, die zijn papa (folkpionier Hubert Boone) een plaatje wou cadeau doen met muziek die hij in loop der jaren had opgetekend in Vlaams-Brabant. Iedereen voelde dat er wel meer muziek zat in dit concept en zo zijn we intussen 10 jaar, 4 cd’s en vele mooie projecten en internationale tours verder. De laatste jaren tourden we vooral in België o.a. met “Bazar Bizar”, een theatershow met o.a. Jan De Smet (De Nieuwe Snaar) en in maart kwam ons recentste album uit “Houtekiet”. Dat laatste is de soundtrack bij de gelijknamige muziektheater-voorstelling die we de voorbije lente speelden. Bij MANdolinMAN speel ik de mandocello, de cello-versie van de mandoline. Hiermee ben ik zowat de “bassist” van de groep.

FF: Vorig jaar mei zag ik de livestream Verhalen en muziek uit het Meetjesland, waar net zoals bij Houtekiet verhaal en muziek gecombineerd worden, is er een verband tussen deze twee projecten?

Maarten: Er is absoluut een link tussen die twee projecten, goed opgemerkt! Het is zo dat het “Houtekiet”-programma organisch gegroeid is uit een reeks thema-concerten die we mochten doen rond lokaal erfgoed: oude volksverhalen op bijzondere historisch locaties. Zo speelden we een reeks in het Hageland (driehoek Leuven-Aarschot-Westerlo) en het Meetjesland (driehoek Aalter-Gent-Eeklo). Stilaan kregen de contouren van het repertoire vorm, maar we zochten nog een sterk overkoepelend passend verhaal. Dit vonden we in éen van de meest iconische boeken uit de Vlaamse literatuur: “Houtekiet” van Gerard Walschap. Muziek, verhaal én scenografie vielen vrijwel meteen op z’n plaats.

FF: Tenslotte wil ik het nog even hebben over een fraai album dat nog maar een goede maand oud is, Marafiki van Decombel & Van Mierlo. De mannen kennen elkaar al jaren, zijn goede vrienden en speelden vaak samen, onder andere in Naragonia Quartet, maar niet als duo. Daar bracht de coronatijd verandering in, want toen vulden ze de leegte, of zoals ze dat zelf zeggen een kraterput, in hun agenda's met de opnamen van deze plaat. 

Decombel & Van Mierlo - Marafiki
Decombel & Van Mierlo - Marafiki - Trad Records TRAD020 (distributie in Nederland Music & Words)

De muziek kende ik al een beetje, want ze hadden ook een stel korte livestreams gedaan bij Studio Trad in die periode. In die streams van een klein half uur combineerden ze oud werk van Naragonia Quartet met nieuwe stukken die deels op de cd terecht zijn gekomen. Op die manier kreeg je als toeschouwer een klein kijkje in het opnameproces, maar hoorde je ook oude favorieten in een ander arrangement. Mooi ook was de bijdrage van Olle Geris die enkele liedjes zong; die zijn niet op de plaat gekomen maar haar fijne doedelzak (een musette du Centre) dan weer wel, op het nummer 7h Swim / Salut Les Grues (composities van Van Mierlo).

Het merendeel van de composities op het album is van de hand van Van Mierlo, daarnaast hebben ze een paar fijne covers in een heel fijn eigen arrangement gestoken. Deze mannen blijken van alle markten thuis, een vleugje gipsyjazz, een snufje tango of een scheutje flamenco geven een kruidige smaak aan het fraaie samenspel van deze twee heren. 

Maarten Decombel op akoestische gitaar en Toon Van Mierlo op accordeon (en een uitstapje naar doedelzak) spelen klassiek mooi en zo heerlijk op elkaar ingespeeld (ze vullen elkaar als vanzelf aan) dat Marafiki in korte tijd een van mijn favoriete albums is geworden.

Marafiki is te beluisteren via streaming media en ook de streams van vorig jaar zijn nog beschikbaar via de Facebookpagina en het Youtubekanaal van Maarten Decombel & Toon Van Mierlo. Ook hier wil ik nog wat meer weten, over de samenwerking als duo en over Tempelhof / Zeven Dreven, een fraai setje jigs dat Maarten voor dit album schreef.

FF: Je speelt al jaren mee met Naragonia Quartet, nu heb je met Toon Van Mierlo het album Marafiki gemaakt, hoe was het om als duo met Toon te werken?

Maarten: Vertrouwd en tegelijk nieuw – na meer dan 20 jaar samen spelen. We kennen elkaar muzikaal door en door, maar de duo-setting liet ons een pak meer spelingsruimte dan de gekende quartet-formule. Op het laatste album van Naragonia Quartet kwam het toevallig zo uit dat we last minute een nummer in duo opnamen. Toen stonden we zelf versteld hoe organisch ons spel ademde binnen die vrijgekomen ruimte. Toen het corona-virus de wereld lamlegde, leek het ons een fijn idee om in die onverwachts ontstane periode werk te maken van de goesting die daar gegroeid is. Het plaatje is écht een uitgewerkt verlengstuk van dat éne moment in de studio: spontaan, ademend, licht en ruimte gevend aan elkaar. Heel blij mee!

FF: Het nummer Tempelhof / Zeven Dreven van dat album is door jou gecomponeerd, waar komt die titel vandaan en wat vormde de inspiratie voor dat stuk?

Maarten: Die 2 melodieën (die samen de suite vormen) zijn op een verschillende plek ontstaan. Tempelhof verwijst naar een oude boerderij van de Tempeliers in Slijpe, waar ik toen een paar dagen in schrijf-retraite was in de prachtige oude pastorie. Zeven Dreven verwijst dan weer naar de prachtige plek waar we nu al een jaar of 15 wonen: Sint-Maria-Aalter in de bossen tussen Gent en Brugge. Even buiten het dorp is er een plek die de locals de “Zeven Dreven” noemen: 7 landweggetjes komen er samen, bijna in een stervorm. Een fijne middag fietste ik hierlangs en daar kwam het deuntje aangewaaid, leve de onvoorspelbare inspiratie!