De kritieken van de recensenten op Boudewijn de Groots album Lage Landen (HKM/Universal) zijn over het algemeen lovend. De een noemt het een ‘meesterwerk', de ander is iets minder vleiend met ‘wat belegen'. Overigens loopt het storm voor de 14de editie van de Nekka-Nacht in het Antwerpse Sportpaleis waar De Groot de centrale gast is temidden van mensen als Eva De Roovere, Guus Meeuwis, Kommil Foo, Yasmine en Peter Koelewijn. Het concert op 20 april is uitverkocht. Bij de ingelaste tweede voorstelling op 21 april is nog plaats. Inmiddels vervolgt De Groot a.s. dinsdag 27 februari na een dikke week rust zijn ruim zestig (!) optredens tellende ‘Lage Landen'-tournee door Nederland en België. Zie voor alle data www.boudewijndegroot.nl.

We hebben een paar recensies over ‘Lage Landen' op een rij gezet. Hier passages uit een viertal:

De Morgen:
...Op zijn jongste plaat slaat hij een nieuwe richting in, wuift hij het grootse, breed georkestreerde geluid van zijn vorige twee cd's vaarwel ten voordele van soberder arrangementen en een sound die dichter bij country en folk aanleunt. Op de koop toe werden de songs zoveel mogelijk live opgenomen, zodat de nummers klinken alsof je ze ter plekke hoort ontstaan. Dat is natuurlijk niet zo, want je voelt dat er hard aan gewerkt is en vooral de teksten zijn om duimen en vingers bij af te likken. De Groot speelt, getuige verhalende passages als 'Achter de hemelpoort' en 'Grijze dame', met taal zoals een goochelaar met konijnen. 'Hoogtevrees in Babylon', een hoogtepunt, heeft qua beeldspraak raakpunten met Leonard Cohens 'Tower of Song' en kan ook muzikaal de vergelijking doorstaan. Voor andere songs deed De Groot een beroep op teksten die hij vond in de nalatenschap van zijn overleden kompaan Lennaert Nijgh en vooral de weemoed van 'Het jagen voorbij', dat eerder ook al op Nacht, de collaboratieplaat van Henny Vrienten, te vinden was, blijft al bij de eerste beluistering aan de ribben kleven. Ook Freek de Jonge, Wim Wilmink en Rowwen Hèzezanger Jack Poels leveren geen kladwerk af. "Ik zal me bij de zangers voegen / totdat ik geen stem meer heb", luidt het in het sprankelende 'Daar wil ik zijn'. Boudewijn de Groot koppelt de luxe van de ervaring aan de energie van een jonge hond, dus de conclusie ligt voor de hand: een meesterwerk...

Jan van der Plas in Muziekkrant Oor:
...De tweede carrière van Boudewijn de Groot kan gerust de meest succesvolle comeback uit de Nederlandse popmuziek genoemd worden. Sinds hij zich in 1996 weer aan het front meldde, werden al zijn platen minimaal goud, stroomden de theaters vol en veroverde het liedje Avond zelfs met de niet-gevraagde hulp van een aantal fanatieke fans de eerste plek in de Top 2000 Aller Tijden. Lage Landen is zijn derde studioalbum sindsdien. Waar Een Nieuwe Herfst en Het Eiland In De Verte voortborduurden op het orkestrale succesgeluid uit de jaren zestig, klinkt De Groots nieuwe album veel soberder. Voor de begeleiding tekende ditmaal de band waarmee hij al tien jaar in het theater toert, met o.a. Ernst Jansz en Jan Hendriks (Doe Maar) en Åke Danielson (The Meteors, Time Bandits). De plaat opent met twee Dylanesque rockers. Goede songs met geestige, door De Groot zelf geschreven teksten. Vooral Achter De Hemelpoort, een hilarisch relaas over een zoektocht naar het Opperwezen, kan zo in zijn rijtje nederpopklassiekers worden bijgeschreven. De Treinreis, van de hand van Freek de Jonge, sluit daar thematisch naadloos op aan. Uit de nalatenschap van Lennaert Nijgh is er het fraaie, melancholieke Het Jagen Voorbij. Met ook Altijd Samen en Spelende Meisjes als positief opvallende songs slaat de balans vlot naar de positieve kant door. Valt er dan niets op Lage Landen aan te merken? Ach, jawel. De productie is soms wat belegen, vooral in de snellere nummers. Naar Amerika gaan om daar te plaat te laten mixen, lijkt een overbodige tocht te zijn geweest. Een detail waar weinigen over zullen vallen, want al luisterend ontdek je het ene na het andere prachtige liedje en nestelt Lage Landen zich in de platenkast comfortabel naast Een Nieuwe Herfst en Het Eiland In De Verte...

Hermen Dijkstra op Platomania.nl:
...Voor Boudewijn is Lage Landen een relatief snelle opvolger van Het Eiland In De Verte. Er zit maar drie jaar tussen het verschijnen van beide platen waar er acht jaar tussen Een Nieuwe Herfst en Het Eiland In De Verte zat. Het is niet het enige verschil: Lage Landen kent over het algemeen een soberder geluid en in het bijgevoegde boekje is daarover te lezen dat gekozen is om alleen de toerband te gebruiken. Nu is dat niet helemaal waar aangezien er een paar gasten meedoen maar het ontegenzeggelijk zo dat het geheel losser en vooral meer live klinkt dat eerder genoemde platen. Voor de teksten heeft Boudewijn ook een beroep gedaan op anderen dan de meestal met hem geassocieerde Lennaert Nijgh. In drie nummers vinden we zijn naam nog terug maar ook Jack Poels en Freek de Jonge zijn vertegenwoordigd. Ook opvallend is het prachtige Spelende Meisjes dat een tekst heeft van Willem Wilmink. Het grootste deel van de teksten is echter van Boudewijn zelf en daarmee sluit hij wat aan bij Maalstroom waar hij ook verantwoordelijk was voor het leeuwendeel van de teksten. Alhoewel zeker niet echt vrolijk van aard zijn de nummers hier over het algemeen minder zwaarmoedig van aard. Net als Het Eiland In De Verte is Lage Landen een groeibriljant. Je moet bij eerste beluistering even wennen maar de plaat groeit bij elke draaibeurt. Over het algemeen betekent dat bij Boudewijn dat de plaat een lange houdbaarheid heeft. Lage Landen maakt op mij nu al een onuitwisbare indruk!...

Peter Vantyghem in De Standaard:
...De eerste drie songs, waaronder een pure soulsong, zijn een frisse aftrap voor de doorgaans vrij statische De Groot. Tekstueel is het even wennen. De zachte souplesse van Nijgh wordt vervangen door een ander taalgevoel: harder, complexer, strakker. De Groot heeft zijn best gedaan: in ,,Hoogtevrees in Babylon'' en ,,Achter de hemelpoort'' graaft hij in zijn twijfel over de plaats van de mens en de macht van God. In ,,De treinreis'' heeft hij het over een bijna-doodervaring. Die teksten zijn verhalend, soms haast parabels. Vanaf de vierde song verdwijnt Nashville uit het gezicht en belanden we in een bekender universum. De laatste tekst van Nijgh, ,,Het jagen voorbij'', ademt de rust en eenzaamheid uit van de laatste levensdagen. ,,Altijd samen'' (over de liefde) en ,,Grijze dame'' (over haat) zijn kleine songs, warm gebracht met piano, accordeon of gitaar. ,,Zelden kunnen praten'' blikt terug, niet meer met spijt of angst, maar met genegenheid. ,,Spelende meisjes'' is een oudere tekst van Willem Wilmink, over hoe jeugdig geluk de donkere wolken in je geest verdrijft. Hier laat De Groot ook violen aanrukken. Daarna verschijnt Nashville weer aan de horizon, met een stukje countryrock (,,Daar wil ik zijn'') en een stukje meditatieve blues (,,Beter één schelp''). Met de laatste drie songs belanden we weer in eigen streek. In ,,Lage Landen'' ziet De Groot zijn leven, zijn land en de tijd voorbijdrijven in de wolken boven hem. ,,Hogeduin'' en ,,Sonnet IV'' zijn de laatste Nijgh-teksten, over thuiskomen, rust, verwachting, de duinen. Lage Landen is een heel rijpe plaat. Boudewijn De Groot probeert de emotionele wereld te vatten van een man die de zestig voorbij is, die leeft tussen herinneringen en nieuwe verwondering in, en die zoekt naar verdieping, met alle twijfels van dien. Het doet uitkijken naar de concerten...