Artikelindex

aflevering 5 dd 31 07 2002:

Het Hebridean Celtic Festival: alle borden in het Gaelic...

Voor sommigen betekent de zomer de aanvang van een vakantieperiode. Voor mij betekent het drukte. Ieder weekend is er wel een folkfestival waar ik als journalist of toeschouwer heen zou kunnen en in Edinburgh lijkt een tekort te zijn ontstaan in sessieleiders, dus daar ben ik ook nog eens druk mee. Gevolg is wel dat ieder weekend een festival een beetje teveel van het goede is.

Toch zat ik 1,5 week geleden op het Isle of Lewis. Hier vond het Hebridean Celtic Festival plaats. Keltisch was het zeker; de muziek, activiteiten en zelfs taal. Toen ik in de supermarkt de broodafdeling zocht kon ik lang zoeken, want alle borden waren in het Gaelic - een taal die ik (nog) niet begrijp.

De bands die optraden kwamen uit Schotland, Engeland, Ierland, Cape Britain en - een uitzondering want niet Keltisch - Mongolië. De kinderactiviteiten bestonden uit Schotse dans, geschminckt worden met Keltische tekeningen en vele knutselmogelijkheden die ook allemaal Keltisch gericht waren. Omdat ik als journalist op het festival was probeerde ik bij zoveel mogelijk activiteiten en concerten een kijkje te nemen. Toch bleef er gelukkig ook tijd over voor sessies.

De aangekondigde sessies waren er echter niet, tenzij Andrew - de violist uit Edinburgh waar ik regelmatig mee samenspeel - en ik een sessie startten. We kregen daardoor al snel bekendheid in het dorp. Vervolgens bood de vaste sessiepub McNeills ons een betaalde sessie aan op donderdagavond, na het grote concert in de festivaltent. Die avond speelden de Frans/Canadese La Volée d'Castors en Brits/Afrikaanse Baka Beyond. Andrew en ik besloten vlak voor het einde van het concert naar McNeills te gaan, om een sessie te starten voordat de horde mensen binnen zou komen. Onderweg pikten we nog twee muzikanten van La Volée d'Castors op die ook wel op waren voor een sessie. Echter, toen we in McNeills aankwamen waren ze net aan het sluiten. Hun argument: er was geen publiek dus had het geen zin om open te zijn. Logisch; de concerten waren nog niet afgelopen! Uiteindelijk eindigden we op een sessie in het Royal Hotel, de plek waar de bands allemaal overnachtten.

Mijn conclusie was achteraf dat het Hebridean Celtic Festival zeker de moeite waard is voor de workshops en concerten, maar het feit dat je zelf de sessie moet starten omdat er anders geen is, viel me toch wel tegen. Voor het leiden van sessies hoef ik niet naar een festival; dat doe ik al genoeg in Edinburgh. Andrew en ik hebben inmiddels de verantwoording voor twee wekelijkse sessies. Daarnaast doe ik nu om de week de vrijdagavond sessie in de Royal Oak. Het gaat goed, maar daarover de volgende keer meer.