-door Mirjam Adriaans-
Bij de tweede editie van Celtic Rivers is er onder meer fijne Ierse muziek, Bretonse doordringende deunen en Schotse dansen die uitmonden in een vrolijke chaos. In combinatie met een prima gemoedelijke sfeer zorgt dat voor een geslaagd en sympathiek kleinschalig festivalleke in de Gelderlandfabriek in Culemborg.
Folkband Maggies Wedding nam vorig jaar het initiatief om een nieuw festival op poten te zetten rond Keltische muziek en dans. Dat beviel blijkbaar goed, dus is er een vervolg deze zonnige zaterdag. Her en der zijn wat kilten te zien, maar ook in mijn gewone kloffie voel ik me direct welkom op Celtic Rivers. Ik ben vooral benieuwd naar de duo's van fluitist Ies Muller en het Ierse programma van Mannen van Naam. Die laatste band sluit het festival af en moet ik helaas grotendeels missen, maar voor het zover is is er meer dan genoeg te beleven.
Allereerst is er de locatie, direct naast het station van Culemborg. De oudste nog bestaande locomotiefloods van Nederland werd in de jaren '30 van de vorige eeuw een meubelfabriek voor het merk Gelderland (vandaar dus de naam) en is tien jaar geleden omgebouwd tot een omgeving voor kleinschalige evenementen, exposities en congressen, bedoeld om mensen te inspireren. De Gelderlandfabriek heeft karakter, met ruimtes die namen hebben: Wissel (waar je kunt eten en drinken), Flex (whisky tasting), Plein (optredens, dansworkshop Bretons) en Zijspoor (waar deze dag spullen van muzikanten staan). Daarnaast is er de Grote Zaal, waar de ceilidhs en de meeste optredens plaatsvinden. Wie een instrument heeft meegenomen kan deelnemen aan diverse sessies.
Harpiste Lavinia Burke mag aftrappen met een korte uitleg over haar Ierse familiebanden en ze steekt haar liefde voor E mineur niet onder stoelen of banken, "hoe triester, hoe beter" vertelt ze. Ze speelt stukken van onder meer Rory Dall O'Cahan (of voor de liefhebbers van Gaelic: Ruairí Dall Ó Catháin), ze speelt zijn bekendste stuk Give Me Your Hand, en Turlough O’Carolan (Quarrel With The Landlady). Er wordt vooral met aandacht geluisterd en daarmee is de toon voor het hele festival gezet.
Vervolgens heeft Celtic Rivers de primeur van het eerste openbare optreden van het gloednieuwe duo van Ies Muller & Paddy O'Brien (en ja, als je Paddy heet kom je uit Ierland). Houten dwarsfluiten en bouzouki blijken een fraaie combinatie. Bij dit optreden ondersteunt de bouzouki vooral, met sprankelende subtiele klanken. Het doet me ergens denken aan Macdara Ó Faoláin die ik eerder dit jaar aan het werk zag, en dat blijkt geen toeval, de bouzouki van Paddy is namelijk door Macdara gebouwd vertelt Ies me later. Naast fraaie Bretonse en Ierse melodieën komt ook een Nederlandse compositie voorbij, Een Morgen Op Duindigt, geschreven door Jan van der Elst (een neef van Ies) en terug te vinden op een oude plaat van Sistrum. Na een valse start blijkt dit een heel mooi melancholiek deuntje dat vol gevoel gespeeld wordt. De muzikale klik tussen deze twee is duidelijk aanwezig in hun spel en dat leidt zelfs tot een deels staande ovatie. Wat een heerlijk nieuw folkduo is dit! Daar hoop ik nog veel meer van te horen.
Dan verzorgt Maggies Wedding de muziek bij de eerste ceilidh, die nog heel toegankelijk begint met een cercle circassien. De Schotse dansen worden pas later uitgelegd door Carieke Pol, die dit duidelijk niet voor het eerst doet. Het festival is immers ontstaan uit de ceilidhs die hier vaker georganiseerd worden door de band en die meestal uitverkocht zijn. Voor veel bezoekers is dit een mooie kennismaking met balfolk en Schotse dans. Die laatste leidt nogal eens tot een vrolijke chaos (want waar moet je nou ook alweer je armen houden en bij welk groepje moet je aansluiten?), maar chaos is ook goed aldus de instructrice die ook fungeert als 'caller' om aanwijzingen te roepen naar de dansers. De band wacht geduldig tot er een dans gespeeld moet worden en doet dat geroutineerd.
Al snel mag Ies weer aan de bak. Eerst begeleidt hij in het Plein de workshop Bretonse dans van Louise Marius (die de aangekondigde Sophie vervangt omdat die vanwege andere afspraken niet beide workshops kan doen) op fluit. Maar natuurlijk horen er bij een fest noz ook authentieke Bretonse instrumenten, dus neemt hij de bombarde (een schalmei) ter hand waar kompaan Aart Dersjant de biniou (een Bretonse doedelzak) bespeelt. De instrumenten klinken hard en schel, hetgeen de meeste mensen doet besluiten om op afstand te blijven, toch is het een bijzondere ervaring om deze Bretonse muziek in zo’n pure vorm mee te maken. Overigens gaat het beter als ze dit nog eens mogen doen in de Grote zaal, want daar kan het geluid wat beter weg dan in de lage bijruimte waar ze de eerste workshop doen. Dersjant, die ook met een band aan concoursen in Bretagne meedoet en daar onlangs nog won, houdt trouwens nog wel rekening met de onervaren Nederlandse oren, zo vertelt hij later, er zijn biniou’s die nog hoger (en dus nog doordringender schel) klinken. En heeft dit duo ook een naam vraagt een bezoeker. Nou die wordt dan maar ter plekke verzonnen, Muller & Dersjant klinkt mij prima in de oren (maar Dersjant & Muller mag ook) voor een uniek geluid in de Nederlandse folkwereld.
Ondertussen begint in de Grote Zaal een fijn optreden van een ander mooi Nederlands duo, Itchy Fingers, dat met name Ierse deunen speelt. Jigs en reels, maar ze zijn zeker niet puristisch want een van de composities van Tijn Berends (bouzouki, mondharmonica en concertina) heet de Muskus Os en dat is toch echt meer een Zweedse polska. En als je daar meer over wilt weten kun je zijn gloednieuwe tunebook A Hat For A Dog erop naslaan. Erik de Jong verzorgt de lekkere accordeon- of fluitklanken. Het duo bestaat al meer dan tien jaar en het is telkens weer een prettige ontmoeting als je ze tegenkomt op een festival. Als kers op de taart hebben ze aan het eind van hun set nog twee fijne gasten, Aart Dersjant op doedelzak en Una op houten dwarsfluit.
Tussendoor loop ik even binnen bij de whisk(e)y proeverij, ik drink niet (heb me dus ook niet opgegeven), maar die flessen op een rijtje zien er toch wel heel leuk uit. De inwendige mens wordt overigens verder prima verzorgd met een lekkere Irish Stew, al kiest het echtpaar dat bij mij aan tafel aanschuift voor de pasteitjes met champignons en garlic bread. Ook heerlijk, zo verzekeren ze me.
De Helen Flaherty Band had ook de Philip Masure Band of de Siard De Jong Band kunnen heten zo meldt de in België woonachtige Schotse zangeres. Maar goed, zij is nu eenmaal het gezicht van de band al zijn de mannen zeker bepalend voor het geluid op respectievelijk akoestische gitaar en bouzouki of viool. Opnieuw worden de stoeltjes voor het podium gezet om te luisteren, onder meer naar een mooi door Masure gezongen Nancy Spain (van die stem krijg ik nooit genoeg), maar er kan ook gedanst worden. Helen mengt zich zelfs onder de dansers om een partijtje mee te doen, al houdt ze het niet tot het einde vol. Anders kan ze niet meer zingen vertelt ze lachend en een beetje buiten adem. Het publiek vermaakt zich prima, of het nu luistert op stoeltjes of danst op de vloer daarachter.
Een nadeel van een oud fabriekspand is de akoestiek, die meestal niet zo geweldig is en dat geldt ook hier. Dat maakt het lastiger om geluid goed te versterken, maar in de zaal is het over het geheel genomen in orde, complimenten voor de technici.
Bij de soundcheck voor de laatste band van de avond, Mannen Van Naam, helpt Philip Masure nog een handje mee. Ad Grooten (mandoline, banjo, fluiten, zang), Ton Smulders (zang, gitaar) en Wilbert van Duinhoven (accordeon), worden voor Een Ierse Avond aangevuld met Siard de Jong op viool. Smulders luistert de soundcheck op met een grappig verhaal over Franse les en Culemborg, waarvan hij ooit dacht dat het in Frankrijk moest liggen. Bleek later dat die plaatsnaam in een Frans leerboek stond omdat het Centraal Boekhuis, dat die boeken verspreidde, hier gevestigd was. Hun Ierse set begint wat mij betreft gelijk goed met de Nederlandse vertaling van Galway Girl. Dan zit de stemming er meteen goed in, maar ik moet nog een trein halen, dus verlaat ik het gebouw. Het is een van de laatste voorstellingen van dit programma, dat tot nu toe heel wat uitverkochte zalen had, maar voor wie er niet bij kon zijn is er goed nieuws, want er wordt gewerkt aan nieuwe vertalingen en uitvoeringen voor een vervolg.
In de trein op de terugweg geniet ik na van fijne gesprekken met bezoekers en muzikanten die zich gewoon onder het publiek mengen, maar ook de gastvrijheid van het barpersoneel en natuurlijk vooral van al die mooie muziek die deze dag mijn oren heeft bereikt. Wat een heerlijk festivalleke is dat Celtic Rivers.